Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vrouw en de man zijn in 2003 in Somalië op traditionele wijze gehuwd, wat het hof als rechtsgeldig erkent volgens Somalisch en Nederlands recht. De vrouw en man zijn in 2009 uit elkaar gegaan en hebben sindsdien geen contact meer gehad. De kinderen zijn geboren in 2015 en 2016, tijdens een relatie van de vrouw met een andere man, [naam1].
Het hof oordeelt dat op grond van Somalisch recht geen familierechtelijke betrekking is ontstaan tussen de man en de kinderen omdat er meer dan twaalf maanden voorafgaand aan de geboorte geen contact was. Daarom is het vaderschap van de man niet erkend en is ontkenning van het vaderschap niet aan de orde.
Het hof stelt vast dat het Nederlands recht van toepassing is op het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [naam1]. Op basis van DNA-onderzoek wordt vastgesteld dat [naam1] de biologische vader is van [de minderjarige2], maar niet van [de minderjarige1]. Vervangende toestemming tot erkenning wordt verleend voor [de minderjarige2], maar afgewezen voor [de minderjarige1], hoewel erkenning via de gemeente mogelijk blijft.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en beslist conform deze bevindingen, waarbij het verzoek tot wijziging van de achternaam van [de minderjarige1] wordt aanbevolen via artikel 1:7 BW Pro.
Uitkomst: Het hof erkent het huwelijk, wijst het vaderschap van de man af en stelt het vaderschap van een andere man vast met vervangende toestemming tot erkenning voor één kind.