ECLI:NL:GHARL:2021:9592

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 oktober 2021
Publicatiedatum
13 oktober 2021
Zaaknummer
21-003100-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming wegens onvoldoende politieonderzoek in hennepkwekerijzaak

De betrokkene werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, vastgesteld op €13.598,31, naar aanleiding van de vondst van een hennepkwekerij in een door hem gehuurd pand.

De politierechter baseerde de vordering op de veronderstelling dat er sprake was van een voorafgaande oogst, afgeleid uit aangetroffen restafval en het tijdsverloop tussen het begin van de huur en de vondst. De betrokkene betwistte dit en stelde dat hij slechts dode planten had vervangen, maar de politie heeft deze verklaring niet adequaat onderzocht.

Het gerechtshof oordeelde dat de politie onvoldoende onderzoek had verricht naar de juistheid van de verklaring van de betrokkene, mede omdat de inhoud van de zakken met restafval niet was gefotografeerd en niet was geverifieerd of het aantal dode planten overeenkwam met het gevonden afval.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en wees de vordering tot ontneming af, waardoor de betrokkene niet verplicht is het geschatte bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen.

Uitkomst: De vordering tot ontneming wordt afgewezen wegens onvoldoende onderzoek naar de juistheid van de verklaring van de betrokkene.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003100-20
Uitspraak d.d.: 6 oktober 2021
Tegenspraak
Ontnemingszaak
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de politierechter in de rechtbank Assen van 28 maart 2012 met het parketnummer 19-605203-11 in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel inzake

[de betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
wonende te [woonadres] , [woonplaats] ;
hierna te noemen: de betrokkene.

Het hoger beroep

De betrokkene heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 22 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof de beslissing van de politierechter zal vernietigen en de vordering tot ontneming zal afwijzen.
Het gerechtshof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de betrokkene is aangevoerd ter terechtzitting in hoger beroep.

De beslissing waartegen het hoger beroep is gericht

Bij de hierboven genoemde beslissing, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene geschat op een bedrag van € 13.598,31 en de terugbetalingsverplichting van de betrokkene vastgesteld op dat bedrag.
Het gerechtshof verenigt zich niet met die beslissing zodat die behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.

Beoordeling

In het door de betrokkene gehuurde pand is een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Zowel de politie als de politierechter gaan uit van één voorafgaande oogst in dat pand. Dit is gebaseerd op twee gronden. Enerzijds op het in het pand aantreffen van diverse zakken met restafval en wortelrestanten en anderzijds op het tijdsverloop tussen het moment waarop de huur van het pand is ingegaan (1 februari 2009) en het moment waarop de hennepkwekerij is aangetroffen (op 10 juli 2009).
De betrokkene heeft betwist dat sprake is geweest van een geslaagde voorafgaande oogst. Volgens hem heeft hij ongeveer honderd tot honderdvijftig dode planten vervangen door nieuwe en verklaart dat het aantreffen van restafval en wortelrestanten.
Verificatie van dit verhaal van de betrokkene door de politie heeft echter niet plaatsgevonden. Niet onderzocht is of het door de betrokkene genoemde aantal van honderd tot honderdvijftig dode planten kan kloppen met de inhoud van de aangetroffen zakken restafval en wortelrestanten. De inhoud van die aangetroffen zakken is daarnaast niet gefotografeerd, waardoor verificatie aan de hand van beeldmateriaal niet mogelijk is.
Onder deze omstandigheden is het gerechtshof - met de advocaat-generaal - van oordeel dat de politie onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de juistheid of onjuistheid van de verklaring van de betrokkene. Dit dient te leiden tot afwijzing van de vordering tot ontneming.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.
Aldus gewezen door
mr. M.C. van Linde, voorzitter,
mr. W. Foppen en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,
in tegenwoordigheid van H. Kingma, griffier,
en op 6 oktober 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Foppen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.