ECLI:NL:GHARL:2021:9592
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wegens onvoldoende politieonderzoek in hennepkwekerijzaak
De betrokkene werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, vastgesteld op €13.598,31, naar aanleiding van de vondst van een hennepkwekerij in een door hem gehuurd pand.
De politierechter baseerde de vordering op de veronderstelling dat er sprake was van een voorafgaande oogst, afgeleid uit aangetroffen restafval en het tijdsverloop tussen het begin van de huur en de vondst. De betrokkene betwistte dit en stelde dat hij slechts dode planten had vervangen, maar de politie heeft deze verklaring niet adequaat onderzocht.
Het gerechtshof oordeelde dat de politie onvoldoende onderzoek had verricht naar de juistheid van de verklaring van de betrokkene, mede omdat de inhoud van de zakken met restafval niet was gefotografeerd en niet was geverifieerd of het aantal dode planten overeenkwam met het gevonden afval.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en wees de vordering tot ontneming af, waardoor de betrokkene niet verplicht is het geschatte bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen.
Uitkomst: De vordering tot ontneming wordt afgewezen wegens onvoldoende onderzoek naar de juistheid van de verklaring van de betrokkene.