ECLI:NL:GHARL:2021:9670

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
14 oktober 2021
Zaaknummer
Wahv 200.275.400/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.1 Regeling voertuigenArt. 5.2.1 Regeling voertuigenArt. 3 WahvArt. 2 WahvArt. 9 Wahv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met onvoldoende leesbaar kenteken door trekhaak

De betrokkene werd gesanctioneerd wegens het rijden met een voertuig waarvan het kenteken niet goed leesbaar was, veroorzaakt door een trekhaak die het tweede karakter van het kenteken deels afschermde. De betrokkene voerde aan dat het kenteken wel degelijk zichtbaar was, onder meer omdat het voertuig al jaren zonder problemen de APK keuring doorstond en eerdere bekeuringen op basis van foto's van de achterkant van het voertuig waren opgelegd.

Het hof oordeelde dat het zicht op het kenteken onder alle omstandigheden onbelemmerd moet zijn en dat het gedeeltelijk afgeschermde kenteken niet aan deze eis voldoet. De betrokkene betwistte dit niet. Daarnaast wees het hof erop dat strafuitsluitingsgronden zoals afwezigheid van alle schuld niet van toepassing zijn in procedures op grond van de Wahv.

De omstandigheden van de betrokkene, zoals eerdere bekeuringen en de APK-goedkeuring, rechtvaardigen geen matiging of vrijstelling van de sanctie. De kantonrechter had de beslissing om het beroep ongegrond te verklaren dan ook terecht genomen, en het hof bevestigde deze beslissing.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €140,- voor het rijden met een voertuig waarvan het kenteken door een trekhaak deels is afgeschermd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.275.400/01
CJIB-nummer
: 226228745
Uitspraak d.d.
: 14 oktober 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 14 februari 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het kenteken niet goed leesbaar is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 juni 2019 om 11:17 uur op de Nijmeegseweg in Gennep met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De betrokkene is het er niet mee eens dat een sanctie is opgelegd. De gedraging is weliswaar verricht, maar het gaat er volgens hem om te bepalen wat de mate van schuld is. De betrokkene merkt hierbij op al eerder te zijn aangehouden, maar dat hem door de agenten toen niet is verteld dat zijn kenteken niet duidelijk genoeg zichtbaar was. Daarnaast komt zijn voertuig al jarenlang zonder problemen door de APK keuring en heeft de betrokkene meerdere bekeuringen voor snelheidsovertredingen gehad waarbij foto’s van de achterkant van het voertuig zijn gebruikt om een sanctie op te leggen. Hieruit volgt volgens de betrokkene dat het kenteken duidelijk genoeg is te zien. Volgens de betrokkene zou daarom de strafuitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld op zijn plek zijn, zeker nu het in de onderhavige zaak gaat om een strafrechtelijke sanctie en het Europese Hof nadrukkelijk heeft overwogen dat artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) daarop van toepassing is. Het niet toepassen van die strafuitsluitingsgrond zou strijd opleveren met artikel 6 van Pro het EVRM, aldus de betrokkene.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 5.2.1, vijfde lid van de Regeling voertuigen, waarin is bepaald dat het kenteken goed leesbaar moet zijn en dat de kentekenplaten niet mogen zijn afgeschermd.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat was onvoldoende leesbaar. Dit werd veroorzaakt door een gemonteerde trekhaak. Van de kentekencombinatie was op de voorgeschreven afstand op 20 m midden achter het voertuig alleen [kenteken1-a] leesbaar.(…)
Verklaring betrokkene: Ik krijg wel flitsbekeuringen binnen dus de trekhaak (het hof begrijpt: de kentekenplaat) is wel voldoende zichtbaar.”
6. In het dossier bevindt zich een door de betrokkene overgelegde flitsfoto met daarop de achterzijde van voornoemd voertuig. Op deze foto is te zien dat de trekhaak zich zodanig voor de kentekenplaat bevindt dat het tweede karakter van het kenteken niet volledig zichtbaar is.
7. Uitgangspunt is dat onder alle omstandigheden een onbelemmerd zicht dient te zijn op de kentekenplaat en dat het kenteken (volledig) zichtbaar dient te zijn. Nu het zicht op het kenteken deels wordt belemmerd door de aanwezigheid van de trekhaak, is het hof van oordeel dat het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig is op of aan het motorrijtuig. Dit wordt als zodanig ook niet betwist door de betrokkene. Aldus is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
8. Het hof overweegt voorts dat in artikel 2, eerste lid, laatste volzin, van de Wahv in procedures als de onderhavige voorzieningen van strafrechtelijke en strafvorderlijke aard zijn uitgesloten. Een strafuitsluitingsgrond zoals afwezigheid van alle schuld is dus in de onderhavige procedure niet van toepassing. Wel kunnen bijzondere omstandigheden waarin de betrokkene verkeert of waaronder de gedraging is verricht, leiden tot het oordeel dat oplegging van een sanctie in een individueel geval niet billijk is, dan wel kunnen dergelijke omstandigheden het matigen van het sanctiebedrag rechtvaardigen (vgl. artikel 9, tweede lid, van de Wahv). Gelet op het verweer van de betrokkene ziet het hof zich thans voor de vraag gesteld of dergelijke omstandigheden zich in de onderhavige zaak voordoen.
9. Het hof is van oordeel dat dit niet het geval is. De eis dat het kenteken goed leesbaar moet zijn en dat de kentekenplaten niet mogen zijn afgeschermd, is één van de permanente voertuigeisen genoemd in hoofdstuk 5 van de Regeling als voormeld. Het rijden met een voertuig dat niet aan de permanente eisen voldoet brengt een risico voor de bestuurder/eigenaar/houder met zich mee dat zich in beginsel niet leent voor disculpatie. De omstandigheid dat de betrokkene hier nooit eerder op is aangesproken, hij bekeuringen ontvangt op basis van het (gefotografeerde) kenteken van zijn voertuig, alsmede de omstandigheid dat het voertuig al jarenlang bij de Algemene Periodieke Keuring (APK) goedgekeurd wordt, leidt niet tot een andere conclusie. De APK is een momentopname, met name gericht op milieu- en veiligheidseisen, waarbij niet alle voertuigvoorschriften worden beoordeeld, en ontslaat de betrokkene daarom niet van de verplichtingen met betrekking tot de permanente voertuigeisen. Het verweer faalt.
10. Het voorgaande brengt met zich mee dat de kantonrechter een juiste beslissing heeft genomen door het beroep ongegrond te verklaren en dat die beslissing zal worden bevestigd.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.