Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2015, waarbij de moeder het gezag uitoefent en de vader dit wenst te delen. De rechtbank wees het verzoek van de vader af, waarna hij in hoger beroep ging. Het hof overweegt dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders gezamenlijk gezag hebben en dat afwijzing alleen mogelijk is bij onaanvaardbaar risico voor het kind.
Ondanks verstoorde communicatie tussen ouders, die slechts per e-mail communiceren, acht het hof verbetering mogelijk binnen het kader van de ondertoezichtstelling die sinds 2019 geldt. De raad en GI voorspelden dat gezamenlijk gezag niet haalbaar zou zijn, maar het hof vindt geen overtuigend bewijs dat het kind daardoor klem of verloren raakt.
Het hof benadrukt dat de ouders een zware inspanningsplicht hebben om samen te werken en dat de ondertoezichtstelling juist bedoeld is om samenwerking te bevorderen. De moeder heeft onvoldoende onderbouwd waarom de vader niet geschikt zou zijn voor gezag. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat het gezag voortaan gezamenlijk aan vader en moeder toekomt, met het oog op het belang van het kind.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het ouderlijk gezag voortaan gezamenlijk aan vader en moeder toekomt.