Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de vader](de vader),
[de pleegouders1](de pleegouders van [de minderjarige2] ),
[de pleegouders2](de pleegouders van [de minderjarige1] ),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om de verlenging van de uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2019, die sinds juni 2020 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling. De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter die de uithuisplaatsing verlengde en heeft hoger beroep ingesteld met het verzoek om een deskundigenonderzoek naar haar mogelijkheden om weer voor de kinderen te zorgen.
Het hof heeft het verzoek tot schorsing van de beschikking afgewezen wegens gebrek aan belang. Vervolgens heeft het hof de beslissing van de kinderrechter bekrachtigd. De uithuisplaatsing blijft noodzakelijk vanwege ernstige zorgen over de opvoedingssituatie en veiligheid van de kinderen. Het hof oordeelt dat een nieuw onderzoek de kwetsbare situatie van de kinderen, met name van de jongste die kenmerken van een autismespectrumstoornis vertoont, te veel zou belasten.
Daarnaast is de jongste inmiddels bij de vader geplaatst, die volgens het advies van de gecertificeerde instelling en het perspectiefonderzoek in staat wordt geacht om voor het kind te zorgen met intensieve hulpverlening. Het hof vindt dat de plaatsing bij de vader passend is en dat de moeder voldoende gelegenheid heeft gehad om zich te verweren tegen deze beslissing. De moeder heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een andere beslissing rechtvaardigen.
De beslissing van de kinderrechter wordt daarom bekrachtigd en het verzoek van de moeder tot een nieuw onderzoek wordt afgewezen, waarbij het belang van de kinderen voorop staat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing en wijst het verzoek van de moeder tot een deskundigenonderzoek af.