ECLI:NL:GHARL:2021:9734
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing kantonrechter en toekenning proceskostenvergoeding in Wahv-zaak
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter Rotterdam inzake een sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene kreeg een boete van €230,- opgelegd voor het niet stoppen voor rood licht, welke later door de officier van justitie werd gewijzigd in een andere feitcode met een gewijzigde gedragsomschrijving.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de officier van justitie niet bevoegd was om de feitcode te wijzigen omdat hij niet als opsporingsambtenaar is aangewezen in het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Bahv). Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de officier van justitie op grond van artikel 7:25 Awb Pro bevoegd is om in het kader van het administratief beroep de inleidende beschikking te wijzigen.
Daarnaast werd het beroep gegrond verklaard voor het niet toekennen van een proceskostenvergoeding door de officier van justitie. Het hof wees een vergoeding toe voor zowel het telefonisch horen in hoger beroep als voor de beroepsfase bij de kantonrechter en het hoger beroep. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot het betalen van een totaalbedrag van €774,50 aan proceskostenvergoeding.
De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd vanwege het ontbreken van het proces-verbaal van de zitting, waardoor het hof het beroep tegen de officier van justitie zelfstandig kon beoordelen. Het beroep tegen de overige onderdelen van de beslissing van de officier van justitie werd ongegrond verklaard.
Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en veroordeelt de advocaat-generaal tot het betalen van een proceskostenvergoeding van €774,50.