Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak over mentorschap heeft de kantonrechter een mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene en [belanghebbende3] benoemd als mentor. Verzoeker kwam hiertegen in hoger beroep met het verzoek om hem als mentor te benoemen.
Tijdens de procedure is betrokkene overleden, waarna het hof partijen heeft gevraagd naar de gevolgen hiervan voor het hoger beroep. Verzoeker wenste alsnog een inhoudelijke uitspraak, verwijzend naar jurisprudentie omtrent procesbelang bij beschermingsmaatregelen en het recht op een rechtmatigheidstoets op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Het hof oordeelde echter dat het mentorschap en de taak van de mentor door het overlijden van betrokkene zijn geëindigd en dat verzoeker daardoor geen concreet belang meer heeft bij het hoger beroep. Verzoeker heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom verklaart het hof verzoeker niet-ontvankelijk en draagt iedere partij haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van belang na het overlijden van betrokkene.