Autobedrijf Booltink vorderde nadeelcompensatie van de provincie Gelderland wegens omzetverlies veroorzaakt door uitvoeringswerkzaamheden aan de N840 tussen Leuth en Kekerdom. Het hof nam het eerdere tussenarrest over en beoordeelde de omzetschade boven het normaal maatschappelijk risico.
Booltink onderbouwde de schade met financiële cijfers en een toelichting van een adviseur, terwijl de provincie zich verweerde met een advies van de schadecommissie. Het hof oordeelde dat de vergelijking van omzetjaren en de duur van werkzaamheden passend waren, maar hield rekening met een stijgende omzetlijn en beperkte de schadeperiode tot 2012.
De aftrek van personeelskosten werd geaccepteerd, ondanks bezwaren van Booltink, omdat deze kosten significant waren gedaald in de schadeperiode. De slechte bereikbaarheid van het bedrijf tijdens de werkzaamheden werd erkend. Het hof paste een kortingsmethode toe voor regulier onderhoud met een korting van 40% voor september-oktober 2012 en 10% voor november-december 2012.
De vordering tot vergoeding van kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Gelderland, veroordeelde de provincie tot betaling van €39.323,80 plus wettelijke rente vanaf 20 mei 2016, en veroordeelde haar in de kosten van beide instanties.