ECLI:NL:GHARL:2021:9902
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mishandeling wegens geslaagd beroep op noodweer
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling omdat hij op 4 augustus 2017 een persoon in het gezicht had geslagen. In hoger beroep stelde verdachte dat hij handelde uit zelfverdediging, een beroep op noodweer.
Het hof onderzocht de feiten en stelde vast dat er een woordenwisseling was ontstaan tussen verdachte en het slachtoffer. Verdachte had de persoon met de wijsvinger op de borst gedrukt, wat niet als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding werd aangemerkt. Vervolgens duwde het slachtoffer verdachte krachtig met twee handen, wat het hof als een agressieve en wederrechtelijke aanranding beschouwde.
Verdachte mocht zich tegen deze aanranding verdedigen. Het hof vond dat het voor verdachte niet mogelijk was om te vluchten omdat hij in de hoek van de tuin werd geduwd. Het enkele slaan in het gezicht met een open hand was niet disproportioneel. Daarom slaagde het beroep op noodweer, wat leidde tot vrijspraak van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens een geslaagd beroep op noodweer.