Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zonmaat,
[verweerder],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft het hoger beroep van Zonmaat B.V. tegen een beschikking van de kantonrechter waarin aan de werknemer een vergoeding voor 107 overuren en een aanzegvergoeding werd toegekend. De werknemer was in dienst op basis van een tijdelijk contract dat eindigde op 1 september 2020. Na een incident in maart 2020 werd het dienstverband beëindigd, waarbij een vaststellingsovereenkomst werd aangeboden maar niet ondertekend vanwege gevolgen voor een Ziektewetuitkering.
Het hof beoordeelde dat Zonmaat had voldaan aan de aanzegverplichting door tijdig schriftelijk mee te delen dat het contract niet zou worden verlengd. De werknemer had geen recht op de aanzegvergoeding omdat de werkgever niet in gebreke was gebleven. Daarnaast oordeelde het hof dat de werknemer onvoldoende bewijs leverde voor de geclaimde 107 overuren. De arbeidsovereenkomst en cao boden weliswaar recht op vergoeding van overuren, maar de werknemer had geen opdracht gekregen om extra uren te maken en had deze ook niet tijdig opgegeven.
De kantonrechter had de vorderingen grotendeels toegewezen, maar het hof vernietigde deze beslissingen voor zover het de overuren, aanzegvergoeding en daarmee samenhangende vergoedingen betrof. De werknemer werd veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten in eerste aanleg werden gecompenseerd en de werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De werknemer heeft geen recht op vergoeding van overuren en aanzegvergoeding; de kantonrechterlijke beschikking wordt vernietigd en de werknemer veroordeeld tot terugbetaling.