ECLI:NL:GHARL:2021:9962

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
P21/0226
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArtikel 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep voortzetting terbeschikkingstelling met voorwaarden en schorsing onderzoek

De terbeschikkinggestelde is in hoger beroep gegaan tegen een beslissing van de rechtbank Limburg die beval dat hij alsnog van overheidswege verpleegd zou worden vanwege overtreding van voorwaarden en onvoldoende medewerking.

Het hof heeft op 14 oktober 2021 het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, omdat de terbeschikkinggestelde inmiddels geaccepteerd is bij een andere Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) en op de wachtlijst staat. Het hof acht voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden mogelijk zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.

De reclassering adviseerde om de terbeschikkingstelling om te zetten in verpleging van overheidswege vanwege overtredingen en gebrek aan ziekte-inzicht, terwijl de terbeschikkinggestelde zelf motivatie voor behandeling en medicatietrouw heeft betoogd.

Het hof oordeelt dat ondanks het verlaten van de kliniek, de behandelrelatie nog niet was bestendig en de situatie onduidelijk was. Daarom kan de terbeschikkingstelling met voorwaarden worden voortgezet totdat een plek in de kliniek beschikbaar is.

Het hof beveelt dat de terbeschikkinggestelde direct wordt geplaatst zodra er een plek is en dat de reclassering het hof hierover informeert. Het eindoordeel volgt op een ingelaste zitting, waarbij aanwezigheid van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman niet noodzakelijk wordt geacht.

Uitkomst: Het hof schorst het onderzoek en bepaalt dat de terbeschikkinggestelde wordt geplaatst zodra er een plek is in een kliniek, met voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Uitspraak

TBS P21/0226
Beslissing d.d. 14 oktober 2021
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
verblijvende in Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) van de Penitentiaire Inrichting (PI) te [behandelplaats 1] ,
verder te noemen terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Limburg van 8 juni 2021. Deze beslissing houdt in het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank, alsmede op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 18 juni 2021 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de appelschriftuur van 2 juli 2021;
- het voortgangsverslag van de reclassering van 15 juli 2021;
- de reclasseringsrapportage van 14 september 2021.
Het hof heeft ter zitting van 30 september 2021 gehoord de advocaat-generaal,
mr. E.J. Julsing-Nijenhuis en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman
mr. M.H.A. Horsch, advocaat te Maastricht.
Het hof heeft ter zitting tevens gehoord
E.J. Parren en F.J. Roelofs, reclasseringswerkers.

Overwegingen:

Reclasseringsrapportage van 14 september 2021 en de deskundigen ter zitting
De reclassering adviseert de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, omdat de terbeschikkinggestelde de voorwaarden heeft overtreden. De terbeschikkinggestelde heeft daarnaast onvoldoende meegewerkt en de reclassering verwacht een groot afbreukrisico, mede doordat het de terbeschikkinggestelde ontbreekt aan ziekte-inzicht. Er is geen sprake van intrinsieke motivatie voor behandeling en de kans is bovendien groot dat hij met zijn medicatie stopt. Ter aanvulling hebben de deskundigen aangegeven dat zij bang zijn voor een herhaling van zetten bij voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting gevraagd om een nieuwe kans en heeft aangegeven dat hij niet opnieuw de voorwaarden zal overtreden. Hij is gemotiveerd voor behandeling en beseft dat medicatie deel uitmaakt van deze behandeling. De terbeschikkinggestelde heeft geleerd van de consequenties van zijn handelen en weet dat hij niet op deze manier met de situatie had moeten omgaan. Het gaat nu goed met hem en hij voelt zich goed bij de medicatie die hij inneemt. Verder is er voldoende behandelperspectief in het huidige kader. De terbeschikkingstelling met voorwaarden kan worden voortgezet.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de rechtbank dient te worden bevestigd. Zonder medicatie gaat het niet goed met de terbeschikkinggestelde en zij heeft haar twijfels bij de medicatietrouw van de terbeschikkinggestelde. De terbeschikkinggestelde heeft de kliniek verlaten en de kliniek wil hem niet langer behandelen. Als de voorwaarden worden overtreden dient omzetting van de terbeschikkingstelling te volgen.
Het oordeel van het hof
Volgens artikel 6:6:10, eerste lid, aanhef en onder e, van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter bevelen dat een terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Dat is mogelijk als een gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden moet worden voortgezet. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Sinds 31 maart 2021 verbleef de terbeschikkinggestelde in FPK [behandelplaats 3] en reeds op 22 april 2021 heeft hij de kliniek verlaten. Hiermee heeft hij zijn voorwaarden overtreden. Dit kan reden zijn alsnog de verpleging van overheidswege te bevelen. Het hof stelt echter vast dat de terbeschikkinggestelde pas korte tijd in de kliniek verbleef, er nog geen bestendige behandelrelatie met de kliniek en werkrelatie met de reclassering tot stand was gebracht en zijn toestandsbeeld bij het verlaten van de kliniek onduidelijk was.
Op basis van de huidige informatie, het feit dat de terbeschikkinggestelde de kliniek heeft verlaten, de reclasseringsrapportages en de verklaring van de deskundigen ter zitting, kan het hof niet vaststellen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet kan worden gecontinueerd. Er is voldoende grond voor aanname dat de structuur die de terbeschikkinggestelde nodig heeft voldoende kan worden gewaarborgd binnen de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Inmiddels is de terbeschikkinggestelde geaccepteerd bij een andere Forensisch Psychiatrische Kliniek, namelijk FPK [behandelplaats 2] , waar hij op de wachtlijst staat. Het hof zal de beslissing waarvan beroep dan ook vernietigen.
Wel acht het hof het noodzakelijk dat de terbeschikkinggestelde rechtstreeks bij FPK [behandelplaats 2] zal worden geplaatst, zodra er voor hem een plek is. Hiertoe is het noodzakelijk dat de reclassering de datum van overplaatsing meldt bij het hof. Het hof zal dan op een ingelaste zitting, als dan nog steeds is voldaan aan de voorwaarden voor voortzetting van het huidige kader, zijn eindoordeel geven. Het hof gaat ervan uit dat de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman daar niet bij aanwezig hoeven te zijn.

Tussenbeslissing

Het hof:
Heropenthet onderzoek met voormeld doel en
schorsthet onderzoek voor
onbepaalde tijd, maar voor niet meer dan drie maanden
;
Verzoektde reclassering het hof tijdig te informeren als hiervoor vermeld;
Beveelt de
oproepingvan de
terbeschikkinggesteldetegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de
raadsman.
Aldus gedaan door
mr. G. Mintjes als voorzitter,
mr. M.E. van Wees en mr. J.S. van Duurling als raadsheren,
en dr. R.A. Graaff en drs. I. Breukel als raden,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Valé als griffier,
en op 14 oktober 2021 in het openbaar uitgesproken.
mr. M.E. van Wees en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.