In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het eerdere bedrag van €70.751,42 vernietigd en de vordering beperkt toegewezen tot €4.375,-.
Betrokkene verklaarde dat hij naast vergoeding van huur- en elektriciteitskosten geen ander wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Het hof achtte deze verklaring aannemelijk en baseerde de schatting op een periode van vijf maanden waarin de hennepkwekerij actief was. De huurkosten bedroegen €725 per maand en elektriciteitskosten €150 per maand, wat leidt tot het totaalbedrag van €4.375,-.
De advocaat-generaal had betoogd dat de verklaring van betrokkene ongeloofwaardig was en het oorspronkelijke bedrag gehandhaafd moest worden, maar het hof verwierp dit. Het hof oordeelde dat de besparing van kosten ook als voordeel telt conform artikel 36e, vijfde lid, Wetboek van Strafrecht. De verplichting tot betaling aan de Staat werd dienovereenkomstig vastgesteld op €4.375,-. De overige strafrechtelijke veroordelingen werden in een apart arrest behandeld.