Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de moeder en een andere verzoeker tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, waarin hun verzoek tot gezamenlijk ouderlijk gezag over hun dochter werd afgewezen.
De minderjarige dochter staat sinds februari 2020 onder toezicht van een gecertificeerde instelling en is met toestemming van de kinderrechter uit huis geplaatst. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn recent verlengd tot april 2022. De moeder oefent momenteel het enige gezag uit. De verzoekers willen gezamenlijk gezag om samen de verzorging en opvoeding van het kind op zich te nemen.
Het hof oordeelde dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de verzoeker en het kind, maar dat er gegronde vrees bestaat dat gezamenlijk gezag de belangen van het kind zou schaden. De zorgen over de ontwikkeling van het kind, waaronder een ontwikkelingsachterstand en hechtingsproblemen, zijn niet afgenomen. De rust, structuur en duidelijkheid die het kind nodig heeft, zouden door gezamenlijk gezag in het geding komen.
Daarom bekrachtigde het hof de bestreden beschikking en wees het verzoek af, waarmee het huidige gezag van de moeder blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk ouderlijk gezag af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.