Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2012. Na ontbinding van het huwelijk in 2020 oefenden beide ouders gezamenlijk gezag uit tot 8 april 2022, waarna de moeder het gezag alleen uitoefende. De rechtbank had op verzoek van de moeder het gezag van de vader beëindigd wegens diens langdurige afwezigheid en gebrek aan betrokkenheid.
De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat hij wel degelijk betrokken wil zijn en medewerking verleent waar nodig, maar door de moeder onvoldoende op de hoogte wordt gehouden. Tevens stelde hij dat hij door persoonlijke problemen momenteel niet in staat is contact te herstellen. De moeder stelde daartegenover dat de vader al jaren geen belangstelling toont, niet reageert op verzoeken en de moeder heeft moeten procederen om noodzakelijke toestemmingen te verkrijgen.
Het hof oordeelde dat de vader de afgelopen zes jaar nauwelijks contact heeft gehad met de minderjarige en geen zinvolle bijdrage levert aan diens leven. Dit leidt tot een situatie waarin het belang van het kind vereist dat de moeder zelfstandig het gezag kan uitoefenen. De grieven van de vader faalden en het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag van de vader over de minderjarige wordt beëindigd en de moeder krijgt het gezag alleen toegewezen.