Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor bedreiging door te spugen in het gezicht van een supermarktmedewerker die hem aansprak op het naleven van coronamaatregelen. Het incident vond plaats op 25 maart 2020, midden in de coronapandemie, toen Nederland zich in een gedeeltelijke lockdown bevond.
Het hof stelde vast dat verdachte daadwerkelijk spuugde en dat het slachtoffer door het speeksel werd geraakt, wat door getuigen werd bevestigd. Gelet op de context van de pandemie kon bij het slachtoffer de redelijke vrees ontstaan dat hij besmet zou worden met het coronavirus en daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Verdachte aanvaardde bewust de aanmerkelijke kans dat deze vrees bij het slachtoffer zou ontstaan.
De verdediging voerde aan dat het spugen niet als bedreiging kon worden aangemerkt omdat geen corona-gerelateerde uitlatingen waren gedaan en het slachtoffer mogelijk niet geraakt was. Dit verweer werd verworpen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en legde een gevangenisstraf van 19 dagen op, met aftrek van voorarrest, vanwege de ernst van het feit en het strafrechtelijk verleden van verdachte.