ECLI:NL:GHARL:2022:1006
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van boete voor het niet voor laten gaan van rechtsafslaande vrachtwagen bij linksaf slaan
De betrokkene werd door de officier van justitie beboet voor het niet verlenen van voorrang aan een rechtsafslaande vrachtwagen bij het linksaf slaan op een kruispunt in Eindhoven op 13 december 2018. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
In hoger beroep voerde de gemachtigde van de betrokkene aan dat de beslissingen onvoldoende waren gemotiveerd en betwistte dat de gedraging had plaatsgevonden. Hij stelde dat de vrachtwagen een eigen rijstrook had en niet gehinderd werd, ondanks dat deze moest remmen en claxonneerde. Het hof oordeelde dat het begrip 'voor laten gaan' inhoudt dat de andere bestuurder ongehinderd zijn weg kan vervolgen.
Het hof stelde vast dat de verklaring van de ambtenaar, die de betrokkene zag doorrijden terwijl de vrachtwagen moest remmen en claxonneerde, betrouwbaar is. Dit strookt niet met de betrokkene zijn lezing. Het hof concludeerde dat de betrokkene de vrachtwagen niet in staat stelde ongehinderd zijn weg te vervolgen, en bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor het niet voor laten gaan van een rechtsafslaande vrachtwagen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.