ECLI:NL:GHARL:2022:10177

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 november 2022
Publicatiedatum
28 november 2022
Zaaknummer
GEMW 200.312.292/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:48 APV Den HaagArt. 154b GemeentewetArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen bestuurlijke boete alcoholverbod openbare ruimte Den Haag

Eiser werd een bestuurlijke boete van €95 opgelegd wegens overtreding van het alcoholverbod op de openbare weg in Den Haag op 6 mei 2020. De boete betrof het nuttigen van alcohol op de Carnegielaan. De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigde de pleeglocatie.

De gemachtigde van eiser voerde aan dat het alcoholverbod niet gold op de Carnegielaan zelf, maar alleen op de Groot Hertoginnelaan en aangrenzende waterpartij. Het hof onderzocht de verschillende besluiten van het college van burgemeester en wethouders over het alcoholverbod en concludeerde dat de locatie waar eiser zich bevond op het moment van overtreding niet viel binnen het geldende alcoholverbod.

Daarom kon niet worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden. Het hof vernietigde de boetebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1544,25. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd omdat het alcoholverbod niet gold op de locatie en tijdstip van de overtreding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.312.292/01
Uitspraak d.d.
: 28 november 2022
Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 25 mei 2022, betreffende

[eiser] (hierna: eiser),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] gedeeltelijk gegrond verklaard en die beslissing vernietigd. Het beroep tegen de opgelegde boete is eveneens gedeeltelijk gegrond verklaard en de pleeglocatie is gewijzigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 november 2022. Namens eiser is verschenen diens gemachtigde. Verweerder heeft zich zonder tegenbericht niet laten vertegenwoordigen.

De beoordeling

1. Het hof begrijpt de beslissing van de kantonrechter zo dat daarbij het beroep tegen de beslissing van verweerder op het bezwaar gegrond is verklaard, die beslissing is vernietigd, het bezwaar gedeeltelijk gegrond is verklaard en de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd, is gewijzigd voor wat betreft de pleeglocatie.
2. Bij de beschikking met voormeld kenmerk is aan eiser een boete van € 95,- opgelegd voor overtreding van artikel 2.48, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag (APV Den Haag). Deze overtreding zou zijn begaan op 6 mei 2020. In de oorspronkelijke beschikking was als pleeglocatie vermeld: ‘Carnegielaan’ in Den Haag. Na wijziging van de beschikking luidt de pleeglocatie: ‘Carnegielaan ter hoogte van de vijver’.
3. Artikel 2.48, eerste lid, van de APV Den Haag luidt als volgt:
“Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.”
4. De gemachtigde erkent dat eiser alcoholhoudende drank nuttigde, maar stelt dat het verbod daarop niet gold op de locatie waar eiser zich bevond. Het verbod geldt namelijk op de Groot Hertoginnelaan, inclusief de aangrenzende waterpartij, tussen de Andries Bickerlaan en de Carnegielaan. Op de Carnegielaan zelf, waar eiser stond, is het verbod dus niet van toepassing.
5. Het Uitvoeringsbesluit APV artikel 2:48, dat in werking trad op 26 februari 2009, houdt onder meer het volgende in:
“Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (…) besluit:
I. als gebied in de zin van artikel 2:48, eerste lid, van de APV waar een alcoholverbod van toepassing is aan te wijzen: (…)
- Groot Hertoginnelaan;
het gedeelte van de Groot Hertoginnelaan, inclusief de aangrenzende groenstrook en waterpartij, tussen Adriaan Bickerweg en de Carnegielaan; (…).”
6. Het Uitvoeringsbesluit APV artikel 2:48, dat in werking trad op 21 juli 2011, houdt onder meer het volgende in:
“Het college van burgemeester en wethouders (…) besluit:
I. Het alcoholverbod in te trekken voor het gebied: Groot Hertoginnelaan (…).”
7. Het besluit Instellen alcoholverbod van 27 september 2016, dat in werking trad op 1 oktober 2016, houdt onder meer het volgende in:
“Het college van burgemeester en wethouders (…) besluit:
I. Een alcoholverbod in te stellen voor het gebied: Tussen de Carnegielaan/Groot Hertoginnelaan en Alexander Gogelweg (Eline Vere Park) (…)
II. (…) Het onder I genoemde besluit eindigt een jaar na de bekendmaking (…).”
8. Het besluit Verlengen alcoholverbod, dat in werking trad op 2 november 2018, houdt onder meer het volgende in:
“Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (…) besluit:
I. Het besluit van 27 september 2016 om een gebied aan te wijzen waar het is verboden om op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, wederom met één jaar te verlengen voor het gebied omsloten door en inclusief de straten:
Carnegielaan/Groot Hertoginnelaan/Tobias Asserlaan/ Johan de Witlaan / Alexander Gogelweg / Andries Bickerweg en Koningin Emmakade (Eline VerePark);
II. te bepalen dat het onder I genoemde besluit om het alcoholverbod in te verlengen, vanaf de datum van bekendmaking in werking treedt en geldt tot en met 27 september 2019; (…).”
9. Niet is gebleken dat de onder 2 genoemde locatie op 6 mei 2020 deel uitmaakte van een door verweerder aangewezen gebied als bedoeld in artikel 2.48, eerste lid, van de APV Den Haag. Gelet daarop kan niet worden vastgesteld dat de overtreding is begaan. De kantonrechter heeft de bestuurlijke boete ten onrechte in stand gelaten. Het hof zal beslissen als na te melden.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het bezwaarschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het verschijnen op de zitting van het hof dienen in totaal 4 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in bezwaar een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het bezwaar € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1544,25. ((1,5 x € 541,- x 0,5) + (3 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van verweerder, alsmede de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door verweerder wordt gerestitueerd;
veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1544,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.