ECLI:NL:GHARL:2022:1024

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 februari 2022
Publicatiedatum
10 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.275.530/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep parkeren binnen vijf meter van kruispunt

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd wegens parkeren binnen vijf meter van een kruispunt op 5 februari 2019 in Utrecht. De betrokkene stelde dat uit de foto's bleek dat het voertuig niet binnen vijf meter van het kruisingsvlak stond, omdat er nog ruimte was voor een auto tussen het voertuig en het kruispunt.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar, die stelde dat het voertuig binnen vijf meter van het kruispunt stond, niet werd betwijfeld. Hoewel uit de foto's niet duidelijk bleek dat de afstand minder dan vijf meter was, waren er geen feiten die de verklaring van de ambtenaar ondermijnden. Het hof stelde echter dat de motivering van de kantonrechter verbetering behoefde.

Het hof overwoog dat de afstand niet gemeten moet worden vanaf het einde van de afronding van de hoeken, maar dat de ligging van het kruispunt in relatie tot artikel 24 RVV Pro 1990 bepalend is. Uit de foto's bleek dat het voertuig stond ter hoogte van de afronding van de hoeken, waarbij de afstand van de voorzijde tot het kruispunt niet meer dan drieënhalve meter bedroeg.

Daarom bevestigde het hof het oordeel van de kantonrechter dat de gedraging is verricht en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep wegens parkeren binnen vijf meter van een kruispunt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.275.530/01
CJIB-nummer
: 223982142
Uitspraak d.d.
: 10 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 27 januari 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren bij een kruispunt binnen 5 meter daarvan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 februari 2019 om 10.38 uur op de Wim Sonneveldlaan in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde heeft het hof verzocht om de gronden die zijn aangevoerd tegen de inleidende beschikking te beoordelen omdat de officier van justitie nergens op is ingegaan en de kantonrechter het beroep ongegrond heeft verklaard terwijl hij het wel eens was met hetgeen de gemachtigde had aangevoerd, namelijk dat uit de foto's blijkt dat het voertuig niet binnen vijf meter van het kruisingsvlak stond.
3. Als bezwaar tegen de inleidende beschikking is aangevoerd dat uit de foto’s van de ambtenaar valt af te leiden dat het voertuig niet binnen vijf meter van het kruisingsvlak stond. Er past immers nog een auto voor voordat het kruisingsvlak wordt bereikt.
4. In het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal is als verklaring van de ambtenaar opgenomen dat hij zag dat het voertuig van de betrokkene binnen vijf meter van de kruising van de Wim Sonneveldlaan met de Louis Davidslaan stond. De ambtenaar heeft een zestal foto's die hij van de gedraging heeft gemaakt, overgelegd.
5. De kantonrechter heeft - voor zover relevant - overwogen:
“De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, geen aanleiding te twijfelen aan deze verklaring van de verbalisant. Daarbij wordt overwogen dat uit de foto’s niet blijkt dat de afstand tot het kruispunt minder dan vijf meter was. Nu ook uit het dossier geen feiten of omstandigheden blijken die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.”
6. Met de gemachtigde moet worden geoordeeld dat de overweging van de kantonrechter dat uit de foto’s niet blijkt dat de afstand tot het kruispunt minder dan vijf meter was, geen grondslag kan bieden aan de conclusie dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar.
7. Het hof heeft in zijn arrest van 4 april 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2018:3159, met betrekking tot gedragingen als deze overwogen dat het standpunt dat gemeten moet worden vanaf het einde van de afronding van de hoeken in zijn algemeenheid niet als juist kan worden aanvaard en dat betekenis toekomt aan de ligging van het kruispunt, in relatie tot de strekking van artikel 24, eerste lid, onder a, van het RVV 1990.
8. De ambtenaar heeft in zijn verklaring niet aangegeven wat het punt is geweest binnen vijf meter waarvan het voertuig stond. Uit de overgelegde foto's blijkt dat het voertuig van de betrokkene stond ter hoogte van de afronding van de hoeken van de kruising van de Wim Sonneveldlaan met de Louis Davidslaan. De achterzijde van het voertuig stond bij het einde van de afronding van de hoeken, nog voor de put.
9. De foto's bieden geen steun voor de conclusie dat de afstand van de voorzijde van het voertuig tot de denkbeeldige lijn waar de rijbaan van de Louis Davidslaan op de rijbaan van de Wim Sonneveldlaan uitkomt, groter is dan vijf meter. De afstand bedraagt niet meer dan drie en een halve meter.
10. Gelet hierop heeft de kantonrechter terecht geoordeeld dat het beroep ongegrond moet worden verklaard, zij het dat de motivering van diens beslissing verbetering behoeft.
11. Het hof zal, gelet op het voorgaande, de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van gronden.
12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.