Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2020. De rechtbank had bepaald dat zij gezamenlijk het ouderlijk gezag dragen. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het gezamenlijk gezag te wijzigen.
Het hof verwijst naar artikel 1:253c BW, waarin het uitgangspunt is dat ouders gezamenlijk gezag dragen, tenzij ernstige contra-indicaties aanwezig zijn. Het ontbreken van goede communicatie tussen ouders is op zichzelf geen reden om het gezag aan één ouder toe te kennen.
Na onderzoek concludeert het hof dat geen van de in artikel 1:253c lid 2 BW genoemde gronden aanwezig is. De ouders communiceren, ook via derden, en hebben zelfs de zorgregeling uitgebreid. Het hof benadrukt het belang van het SCHIP-traject waaraan beide ouders deelnemen.
De grieven van de moeder falen en het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank waarin het gezamenlijk gezag is bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over het minderjarige kind dragen.