ECLI:NL:GHARL:2022:10387
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing hof over onderzoekswensen en aanhouding regiezitting in Encrochat-zaak
In deze strafzaak in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel heeft het hof de onderzoekswensen van de verdediging met betrekking tot de rechtmatigheid van de onderschepte Encrochat-gegevens beoordeeld. De verdediging verzocht om nader onderzoek, waaronder het horen van getuigen en het toevoegen van stukken, mede vanwege twijfels over de rechtmatigheid van de opsporing en mogelijke inbreuken op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het hof oordeelde dat het vertrouwensbeginsel tussen lidstaten inhoudt dat de Nederlandse strafrechter de rechtmatigheid van Franse opsporingshandelingen niet toetst, tenzij deze onder Nederlandse verantwoordelijkheid zijn uitgevoerd. De verdediging leverde onvoldoende concrete aanwijzingen om dit te betwijfelen. Daarom wees het hof de verzoeken tot nader onderzoek af.
Ook het verzoek tot aanhouding van de regiezitting in afwachting van prejudiciële vragen van de Hoge Raad werd afgewezen, omdat het proces van het stellen van die vragen nog pril is en de zaak zich in de regiefase bevindt. Het hof besloot het onderzoek te heropenen, de verzoeken af te wijzen en het onderzoek voor onbepaalde tijd te schorsen vanwege roostertechnische redenen, met een oproeping van de verdachte op een later tijdstip.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken tot nader onderzoek af en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd zonder aanhouding van de regiezitting.