Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 december 2022 een eindbeslissing genomen in een civiele zaak betreffende een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind. Na eerdere tussenbeschikkingen en een verzoek tot ondertoezichtstelling dat nog niet is toegewezen, heeft het hof geoordeeld dat het in het belang van het kind is dat er een omgangsregeling komt.
Het hof constateerde dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang vanuit de vader en dat het kind zijn vader moet kunnen leren kennen voor een gezonde identiteitsontwikkeling. De moeder weigert echter contact tussen vader en kind omdat zij de vader als een bedreiging ziet. Hoewel het kind momenteel geen directe ontwikkelingsproblemen vertoont, vormt het ontbreken van contact een bedreiging voor zijn identiteitsvorming.
Het hof erkent dat omgang tot onrust en spanning kan leiden in de thuissituatie, vooral door de angst en weerstand van de moeder, maar weegt dit af tegen het belang van het kind om zijn vader te leren kennen. Daarom wordt toegewerkt naar begeleide omgang van een uur per twee weken vanaf maart 2023, te beginnen met videoboodschappen en kaartjes van de vader.
Daarnaast benadrukt het hof dat de moeder haar informatieverplichting jegens de vader over het kind moet nakomen, ondanks het gebrek aan initiatief van de vader om contact te zoeken. De beschikking van de rechtbank Overijssel wordt vernietigd voor zover deze de omgang betreft en het hof wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof stelt een begeleide omgangsregeling vast van een uur per twee weken vanaf maart 2023 tussen vader en minderjarige.