Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van een minderjarige is met het kind naar Marokko verhuisd tijdens lopende procedures over ondertoezichtstelling en vervangende toestemming voor medische behandeling. Het hof heeft ambtshalve onderzocht of de Nederlandse rechter nog rechtsmacht heeft, gelet op Brussel II-bis en het Haags Kinderbeschermingsverdrag. Hoewel de moeder en het kind zijn uitgeschreven uit de Nederlandse basisregistratie en in Marokko verblijven, is onvoldoende vastgesteld dat de gewone verblijfplaats van het kind daadwerkelijk in Marokko is. Daarom blijft de Nederlandse rechter bevoegd.
De ondertoezichtstelling is verlengd omdat de doelen ervan nog niet zijn bereikt en er ernstige bedreiging is voor de ontwikkeling van het kind. Sinds vertrek uit Nederland ontbreekt zicht op het kind en weigert de moeder medewerking aan hulpverlening. Het diagnostisch onderzoek is noodzakelijk om ernstig gevaar voor de gezondheid van het kind af te wenden. Het kind is ouder dan twaalf jaar, maar niet in staat haar belangen zelfstandig te beoordelen vanwege de invloed van de moeder en de beperkte sociale ontwikkeling.
Het hof bevestigt de bestreden beschikkingen van de kinderrechter en wijst de verzoeken van de moeder af. De rechterlijke bevoegdheid blijft bij Nederland, ondanks emigratie, en de bescherming van het belang van het kind staat voorop.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en de vervangende toestemming voor medische behandeling en bevestigt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter ondanks emigratie moeder.