Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
De vonnissen waarvan beroep
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 10 januari 2021 te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] [verbalisant 1] en/of [benadeelde partij 2] (beiden werkzaam bij de politie) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
hij in of omstreeks de periode van 5 november 2020 tot en met 11 januari 2021 te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] althans in Nederland [aangever 2] (door tussenkomst van een derde) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door,
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 10 januari 2021 te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde partij 1] , door
1. De door verdachte ter zitting in hoger beroep op 23 november 2022 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
het hof begrijpt: 10 januari 2021) met een mestvork op de weg naar mijn woning toe.
2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 10 januari 2021, nummer [nummer] , opgenomen op pagina 52 t/m 54 van het dossier met nummer [nummer] , voor zover inhoudende:
het hof begrijpt: verdachte)
3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 10 januari 2021, nummer [nummer] , opgenomen op pagina 62 t/m 65 van het onder 2 genoemde dossier, voor zover inhoudende:
1. De door verdachte ter zitting in hoger beroep op 23 november 2022 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
2. De door verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg op 21 september 2021 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 15 januari 2021, nummer [nummer] , opgenomen op pagina 37 tot en met 41 van het dossier met nummer [nummer] , voor zover inhoudende:
1. De door verdachte ter zitting in hoger beroep op 23 november 2022 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aanhouding van 31 maart 2020, nummer [nummer] , opgenomen in het dossier met nummer [nummer] , voor zover inhoudende:
3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt artikel 9 WVW Pro proces-verbaal van 31 maart 2020, nummer [nummer] , opgenomen in het onder 2 genoemde dossier, voor zover inhoudende:
4. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het CBR d.d. 21 september 2015 aan [verdachte] , inhoudende een besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs vanaf 28 september 2015.
1. De door verdachte ter zitting in hoger beroep op 23 november 2022 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 23 maart 2020, nummer [nummer] , opgenomen in het dossier met nummer [nummer] , voor zover inhoudende:
[verdachte] , gelegen aan [adres] te [pleegplaats] . Wij zagen dat daar een personenauto van het erf af kwam rijden met daarachter een aanhangwagen. Wij zagen dat achter het stuur zat, de voor ons beide ambtshalve bekende [verdachte] . Wij verbalisanten reden zagen dat het voertuig achter ons aan de openbare weg op draaide en verder reed.
3. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het CBR d.d. 21 september 2015 aan [verdachte] , inhoudende een besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs vanaf 28 september 2015.
1. De door verdachte ter zitting in hoger beroep op 23 november 2022 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 11 september 2018, nummer [nummer] , opgenomen op pagina 7 en 8 van het dossier met nummer [nummer] , voor zover inhoudende:
3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 12 september 2018, nummer [nummer] , opgenomen op pagina 10 en 11 van het onder 2 genoemde dossier, voor zover inhoudende:
Bewezenverklaring
hij op 10 januari 2021 te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , [verbalisant 1] en [benadeelde partij 2] (beiden werkzaam bij de politie) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door,
hij in de periode van 1 juli 2020 tot en met 10 januari 2021 te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde partij 1] , door
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.
belaging.
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
bedreiging met zware mishandeling.
Strafbaarheid van de verdachte
het hof overweegt: de feiten die onder parketnummer 18-009436-21 ten laste zijn gelegd) niet in staat was in vrijheid zijn wil te bepalen. Zij hebben geadviseerd de ten laste gelegde feiten in het geheel niet aan verdachte toe te rekenen.
- verdachte heeft misdrijven (belaging en bedreiging) begaan, genoemd in artikel 37a, lid 1, onder 2 van het Wetboek van Strafrecht;
- bij verdachte was ten tijde van het begaan van deze feiten sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- door deskundigen wordt de kans op recidive hoog ingeschat, waardoor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel eist.
- de met betrekking tot de strafbaarheid van verdachte besproken Pro Justitia rapportage van het PBC van 21 juni 2022;
- het Pro Justitia rapport van 23 maart 2017 (psychiatrisch onderzoek);
- het trajectconsult NIFP van 13 januari 2021;
- het Pro Justitia rapport van 22 juni 2021 (psychologisch onderzoek);
- een reclasseringsadvies van het Leger des Heils van 24 juni 2021.
Geen oplegging van maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen te weten:
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
€ 450,00 (vierhonderdvijftig euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 450,00 (vierhonderdvijftig euro)als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
€ 1.300,00 (duizend driehonderd euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.300,00 (duizend driehonderd euro)als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.