ECLI:NL:GHARL:2022:10495

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
7 december 2022
Zaaknummer
21-002127-21
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 SrArt. 6 lid 3 EVRMArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte vuurwerkbomincident bij Albert Heijn wegens onvoldoende bewijs

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing met vuurwerk bij een Albert Heijn, waarbij gevaar voor goederen en personen werd gevreesd. Hij kreeg een jeugddetentie en een werkstraf opgelegd. De benadeelde partijen vorderden schadevergoeding.

In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof oordeelde dat de herkenningen door verbalisanten onvoldoende betrouwbaar waren vanwege slechte beeldkwaliteit en onduidelijke persoonskenmerken. Ook de belastende verklaring van een getuige werd als onbetrouwbaar verworpen vanwege tegenstrijdigheden en geheugenverlies.

De advocaat-generaal had de veroordeling gehandhaafd, maar het hof vond het bewijs onvoldoende overtuigend. Technisch bewijs ontbrak en de verklaring van een medeverdachte disculpeerde verdachte. Hierdoor sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

De schadevorderingen van de benadeelde partijen werden afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd bevonden. Het hof verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen en veroordeelde hen in de proceskosten.

Het arrest werd op 13 december 2022 uitgesproken door het hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij één raadsheer buiten staat was het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs voor het tenlastegelegde vuurwerkbomincident.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002127-21
Uitspraak d.d.: 13 december 2022
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 19 april 2021 met parketnummer 16-026197-21 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
wonende te [woonplaats] , [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 november 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. T.P.A.M. Wouters, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is in eerste aanleg wegens ‘medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevraag voor een ander te duchten is’ veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van dertig dagen, waarvan vijftien dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen jeugddetentie. De vordering van benadeelde partij Albert Heijn is deels toegewezen tot € 314,33, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in de vordering. De vordering van benadeelde partij [benadeelde 2] is geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijk rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij, op of omstreeks 25 januari 2021 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door vuurwerk en/of een vuurwerkbom, in de richting van de in/uitgang van de Albert Heijn , gelegen aan [adres] te gooien, en daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor het pand aan [adres] en de zich in dat pand bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor personen in voornoemd pand, in elk geval levensgevaar voor voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen in voornoemd pand, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
subsidiair
hij, op of omstreeks 25 januari 2021 te [pleegplaats] , openlijk, te weten op/aan [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, te weten tegen het pand van de Albert Heijn , gelegen aan [adres] , door vuurwerk en/of een vuurwerkbom in de richting van de in/uitgang van de Albert Heijn te gooien; terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte te veroordelen voor het primair tenlastegelegde. Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs voor een strafbare betrokkenheid van verdachte bij de ontploffing bij de Albert Heijn . De advocaat-generaal ziet geen reden om te twijfelen aan de herkenning van verdachte door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Ook de voor verdachte belastende verklaring van getuige [getuige] kan voor het bewijs worden gebruikt. Hij herkent verdachte op de beelden en wijst hem aan. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte] inhoudende dat hij niet weet van wie hij het vuurwerk kreeg acht de advocaat-generaal onaannemelijk.
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken. Hij heeft hiertoe, kort gezegd, aangevoerd dat het dossier te veel twijfel laat bestaan over de (strafbare) betrokkenheid van verdachte. Het belastende bewijs is van geen waarde. De herkenningen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn niet te beschouwen als gefundeerde herkenningen en moeten van het bewijs worden uitgesloten. Ook de door getuige [getuige] bij de politie afgelegde belastende verklaring moet van het bewijs worden uitgesloten. Primair omdat gebruik ervan in strijd zou zijn met het in artikel 6 lid 3 aanhef Pro en onder d EVRM gewaarborgde ondervragingsrecht, subsidiair omdat de door [getuige] afgelegde verklaringen te onbetrouwbaar zijn. Zijn verklaringen bevatten veel tegenstrijdigheden, wisselingen of zelfs leugens. Daarnaast heeft de politie onvoldoende onderzoek gedaan naar de persoon ‘ [naam] ’. Technisch (belastend) bewijs is niet voorhanden en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] disculpeert verdachte volledig. Als het hof meent te kunnen vaststellen dat verdachte wel aanwezig was, dan kan niet vastgesteld worden dat hij daadwerkelijk vuurwerk in handen heeft gehad. Niet blijkt dat verdachte een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan het teweeg brengen van de ontploffing of openlijk geweld.
Het hof oordeelt als volgt.
De bewezenverklaring van de politierechter rust in overwegende mate op de processen-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] en de bij de politie afgelegde belastende verklaring van getuige [getuige] .
In het algemeen is voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een herkenning onder meer de kwaliteit (van de foto-afdrukken) van de camerabeelden van de herkende persoon en de mate van zichtbaarheid van diens persoonskenmerken op die afbeeldingen van belang. Daarnaast is ook van belang onder welke omstandigheden en met welke frequentie de waarnemer de door hem herkende persoon eerder heeft gezien.
Het hof overweeg dat de camerabeelden van het incident onvoldoende duidelijk zijn om hierop gezichtskenmerken van de herkende persoon te onderscheiden, nu deze een capuchon op heeft en een mondmasker draagt en de beelden overigens van beperkte kwaliteit zijn. De kleding van de herkende persoon is daarnaast onvoldoende specifiek om hierop een herkenning te baseren. Naar het oordeel van het hof zijn hierdoor de herkenningen door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] onvoldoende terug te voeren op de zichtbaarheid van specifieke persoonskenmerken en zal het hof deze niet voor het bewijs gebruiken.
De verklaring van getuige [getuige] bij de politie is belastend voor verdachte. Deze getuige heeft echter wisselend verklaard, zowel in zijn politieverhoor, als in opvolgende verhoren. Bij de rechter-commissaris en de raadsheer-commissaris heeft de getuige verklaard zich niets meer te kunnen herinneren en ook niet meer te weten of hij bij de politie naar waarheid heeft verklaard. Het hof acht zijn belastende verklaring daarom onvoldoende betrouwbaar.
Omdat het dossier niet anderszins overtuigend bewijs bevat, zal het hof verdachte vrijspreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

Vordering van de benadeelde partij Albert Heijn

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.020,84. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 314,33. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair en subsidiair bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 819,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair en subsidiair bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij Albert Heijn

Verklaart de benadeelde partij Albert Heijn niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Aldus gewezen door
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. O.O. van der Lee en mr. J.H. van Dijk, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. B.T.H. Toonen-Janssen, griffier,
en op 13 december 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. J.H. van Dijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 13 december 2022.
Tegenwoordig:
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. C. Dronkers, advocaat-generaal,
mr. H.E. Schoenmakers, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.