Uitspraak
1.Calista Holding B.V. (Calista),
Calista c.s.,
de curator,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat centraal of Calista Holding B.V. een bedrijfspand van de gefailleerde vennootschap [naam1] Holding B.V. heeft gekocht en vervolgens niet heeft afgenomen. De curator vordert hoofdelijke aansprakelijkheid van Calista en haar bestuurder [appellant2] voor de geleden schade, inclusief een boete.
De rechtbank had eerder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en Calista veroordeeld tot betaling van een contractuele boete. Calista is inmiddels ontbonden en [naam1] failliet verklaard. In hoger beroep betwist Calista de koopovereenkomst en stelt dat zij niet de koper is, maar een nog op te richten vennootschap, en dat de overeenkomst onder een opschortende voorwaarde is gesloten.
Het hof oordeelt dat de koopovereenkomst geldig is en dat Calista als partij wordt beschouwd, omdat zij niet tijdig de naam van de volmachtgever heeft genoemd. Het beroep op een opschortende voorwaarde faalt wegens onvoldoende onderbouwing. De curator heeft de schade concreet berekend op €146.181,14, bestaande uit het verschil in verkoopprijs en hypotheekrente. De vordering tegen de bestuurder wordt afgewezen, omdat onvoldoende is aangetoond dat hij persoonlijk ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
Het hof veroordeelt Calista tot betaling van de schadevergoeding vermeerderd met rente en kosten en wijst de vordering tegen de bestuurder af. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Calista Holding B.V. wordt veroordeeld tot betaling van €146.181,14 schadevergoeding met rente; vordering tegen bestuurder wordt afgewezen.