ECLI:NL:GHARL:2022:10553

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
Wahv 200.298.745/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken tijdige zekerheidstelling bij bestuursstrafrechtelijke zaak

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid. De betrokkene voerde aan dat het bedrag van de zekerheid al op 14 juli 2020 was betaald, met een betaalbewijs als onderbouwing.

Het hof stelde vast dat de betaling van €74,- weliswaar op de juiste datum en naar het juiste rekeningnummer van het CJIB was overgemaakt, maar afkomstig was van een rekening van een andere persoon die op hetzelfde adres stond ingeschreven. Bovendien ontbrak een betalingskenmerk, waardoor het CJIB de betaling niet aan de betrokkene kon koppelen.

De advocaat-generaal ondersteunde de beslissing van de kantonrechter. Het hof oordeelde dat de betrokkene niet tijdig zekerheid had gesteld en dat dit verzuim aan hem kon worden toegerekend. Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkheid van het beroep en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van tijdige zekerheidstelling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.298.745/01
CJIB-nummer
: 232448704
Uitspraak d.d.
: 8 december 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 8 juli 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat niet (tijdig) zekerheid is gesteld en er geen aanleiding is te oordelen dat dit verzuim niet aan de betrokkene zou mogen worden toegerekend.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het bedrag van de zekerheid reeds op 14 juli 2020 aan het CJIB is overgemaakt. Ter onderbouwing is een betaalbewijs bijgevoegd, te weten een overzicht van de betaling.
3. Het hof stelt vast dat uit het hiervoor bedoelde overzicht blijkt dat een bedrag van
€ 74,- (een bedrag gelijk aan het bedrag van de zekerheidstelling in onderhavige zaak) op 14 juli 2020 is overgemaakt naar het (correcte) rekeningnummer van het CJIB te Leeuwarden. Het overzicht vermeldt als rekeningnummer [nummer1] . Als tenaamstelling staan de letters ‘DS’ vermeld. Een betalingskenmerk ontbreekt.
4. De advocaat-generaal stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat de beslissing van de kantonrechter moet worden bevestigd. Daartoe wordt aangevoerd dat uit navraag bij het CJIB is gebleken dat de op 14 juli 2020 ontvangen betaling van € 74,- afkomstig is van een bankrekening die niet op naam van de betrokkene staat, maar op naam van een persoon - die weliswaar op hetzelfde adres staat ingeschreven als de betrokkene - waarvan de voornamen beginnen met de letters ‘D.S’. Verder blijkt uit de ingewonnen informatie bij het CJIB dat deze (andere) persoon een openstaande vordering had (met CJIB-nummer 233228894) en dat de betreffende betaling aan die openstaande zaak is gekoppeld.
5. Het hof is van oordeel dat de betrokkene niet tijdig zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie in de onderhavige zaak en overweegt daartoe dat nu het ontvangen bedrag niet afkomstig is van een rekeningnummer van de betrokkene en er bij de overboeking geen betalingskenmerk en/of CJIB-nummer is vermeld, er voor het CJIB geen indicatie was om de betaling te koppelen aan de openstaande vordering van de betrokkene. Daar komt nog bij dat er nog een vordering openstond op naam van de rekeninghouder van wie de betaling afkomstig was, en dat de ontvangen betaling daar (klaarblijkelijk) volledig op kon worden afgeboekt.
6. Nu de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld en niet is gebleken dat dit de betrokkene niet kan worden toegerekend, heeft de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
7. Gegeven deze beslissing bestaat er geen recht op een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.