ECLI:NL:GHARL:2022:10669

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
13 december 2022
Zaaknummer
200.315.192
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 351 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot schorsing tenuitvoerlegging ontruimde woning in hoger beroep

In deze zaak verzocht appellant om schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij zijn woning ontruimd moest worden. Ondanks dat appellant erkent dat de woning inmiddels ontruimd is, stelt hij toch belang te hebben bij schorsing omdat hij dakloos is en geen alternatieve woonruimte kan vinden.

Het hof overweegt dat een veroordeling die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, ook tijdens hoger beroep uitgevoerd kan worden. Schorsing kan alleen worden toegekend als het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan dat van de wederpartij. Het hof stelt vast dat de woning al ontruimd is en dat er daarom niets meer te schorsen valt.

De vordering tot schorsing wordt afgewezen en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt afgewezen omdat de woning inmiddels is ontruimd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.315.192
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 9635074)
arrest in het incident van 13 december 2022
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats1] ,
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
eiser in het incident,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. M.J.R. Roethof,
tegen
de stichting
Stichting Vivare,
gevestigd te Arnhem,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
verweerster in het incident,
hierna: Vivare,
advocaat: mr. B.H.H.M. Ramakers.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1.
Het hof neemt de inhoud van het arrest in het incident ex artikel 351 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van 8 november 2022 hier over.
1.2.
Het verdere verloop blijkt uit de akte van [appellant] .
1.3.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

2.De motivering van de beslissing in het incident

2.1.
Bij het tussenarrest van 8 november 2022 heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld te reageren op de stellingen van Vivare dat de woning is ontruimd op 13 september 2022 en dat hij geen belang meer heeft bij zijn vordering tot schorsing.
2.2.
[appellant] erkent dat de woning inmiddels is ontruimd, maar hij stelt dat hij toch belang heeft bij schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis. Daartoe voert hij aan dat hij wenst terug te keren in de nog lege woning, dat hij nu dakloos is, dat hij (financieel) niet in staat is vervangende woonruimte te vinden (ook niet op de sociale woningmarkt), dat hij fysiek en mentaal niet in staat is op straat te leven en dat hij verder geen familie of vrienden heeft waar hij terecht zou kunnen.
2.3.
Wanneer een veroordeling uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is deze uitvoerbaar, ook als daartegen hoger beroep is ingesteld. Het hof kan de uitvoerbaarheid schorsen als het belang van de veroordeelde partij bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij. Het hof gaat uit van de overwegingen en beslissingen van de kantonrechter. De kans van slagen van het hoger beroep blijft daarbij buiten beschouwing. Als blijkt dat de beslissing van de rechtbank op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan wel gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden. [appellant] heeft echter niet gesteld dat het bestreden vonnis berust op een misslag.
2.4.
Het hof stelt vast dat de woning inmiddels is ontruimd, nadat de kortgedingrechter bij vonnis in kort geding van 23 augustus 2022 de vorderingen van [appellant] in het executiegeschil had afgewezen. Behoud van de bestaande toestand is dan ook achterhaald; er valt niets meer te schorsen.
Daaruit volgt dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging moet worden afgewezen.
2.5.
[appellant] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Vivare vastgesteld op € 1.114,- (1 punt x tarief II) voor salaris advocaat.
2.6.
Het hof zal bepalen dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt en verder iedere beslissing aanhouden.

3.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
in het incident ex artikel 351 Rv Pro:
wijst de vordering af;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Vivare vastgesteld op € 1.114,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en bepaalt dat indien [appellant] niet binnen veertien dagen na dagtekening en betekening van dit arrest aan voormelde proceskostenveroordeling voldoet daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak:
bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, Th.C.M. Willemse en K. Mans en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 december 2022.