ECLI:NL:GHARL:2022:1071
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadeverzoek bij Halt-afdoening minderjarige niet-aangehouden verdachte
Verzoeker, een minderjarige verdachte van diefstal in vereniging, vroeg vergoeding van kosten rechtsbijstand bij een strafrechtelijk onderzoek dat werd beëindigd met een Halt-afdoening. De rechtbank wees het verzoek af omdat de Halt-afdoening een punitieve reactie is en geen gronden van billijkheid voor vergoeding aanwezig zijn.
In hoger beroep betoogde verzoeker dat bijzondere omstandigheden, waaronder zijn minderjarige status en het feit dat hij niet was aangehouden, een vergoeding rechtvaardigen. Het hof overwoog dat hoewel een minderjarige aangehouden verdachte recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand, dit niet automatisch geldt voor niet-aangehouden minderjarigen en dat het aanvragen van een toevoeging de juiste weg is.
Het hof concludeerde dat de strafrechter bij vervolging onmiskenbaar tot strafoplegging zou zijn gekomen, waardoor geen billijkheidgrond voor vergoeding bestaat. Wel werd een vergoeding van € 1.360,- toegekend voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoekschrift in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand bij Halt-afdoening afgewezen, wel vergoeding voor kosten verzoekschrift toegekend.