Uitspraak
artikel 533van het Wetboek van Strafvordering
[verdachte]
Procesgang
Beoordeling van het hoger beroep
BESLISSING
€ 130,00 (honderddertig euro).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant werd op 4 oktober 2021 aangehouden op verdenking van het bezit van een geringe hoeveelheid cocaïne voor eigen gebruik. Volgens de Opiumwet en het Wetboek van Strafvordering is voor dergelijke feiten voorlopige hechtenis niet toegestaan en mag de verdachte hooguit zes uur worden opgehouden voor onderzoek.
Ondanks dat appellant slechts 26 minuten formeel in verzekering is gesteld, verbleef hij ruim twaalf uur in politiedetentie, wat in strijd is met de wettelijke bepalingen. De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat appellant de verdenking aan zichzelf te wijten had en geen afstand deed van de drugs.
Het hof oordeelt dat hoewel appellant de verdenking aan zichzelf te wijten heeft, de overschrijding van de maximale detentietijd gronden van billijkheid oplevert voor vergoeding. Het hof kent daarom een schadevergoeding van €130 toe, gelijk aan het gebruikelijke dagtarief voor inverzekeringstelling, en vernietigt het eerdere vonnis voor zover het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof kent appellant een schadevergoeding van €130 toe wegens onrechtmatige detentie.