De betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk uitvoeren van hennep naar Duitsland, handelen in strijd met de Opiumwet, deelneming aan een criminele organisatie en witwassen. Het hof behandelt het hoger beroep tegen de ontnemingsvordering van de rechtbank Noord-Nederland.
De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €441.859,27 en de betalingsverplichting daarop gebaseerd. Het hof vernietigt deze beslissing vanwege uitzonderlijke overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep, samen ruim tien jaar. Hierdoor past het hof een korting van 10% toe op het voordeelbedrag.
Het hof baseert de nieuwe schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder ontnemingsrapporten, aantekeningen over hennepverkoop, getuigenverklaringen en bevindingen van hennepkwekerijen. De berekeningen houden rekening met de hoeveelheid verkochte hennep, winst per kilogram, en kosten van de hennepkwekerij. Tevens wordt een pondspondsgewijze verdeling toegepast vanwege de criminele organisatie.
De uiteindelijke vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt €206.373,20, waaruit na toepassing van de korting een betalingsverplichting van €185.735,88 volgt. De duur van de gijzeling wordt vastgesteld op maximaal 1080 dagen conform wettelijke bepalingen. Het hof wijst het verzoek van de verdediging om een hogere korting af en laat de verrekening van conservatoir beslag over aan de executieprocedure.