De zaak betreft de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2020, die door de rechtbank Noord-Nederland was opgelegd vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en onvoldoende vrijwillige medewerking van de moeder aan hulpverlening.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof heeft alle stukken bestudeerd en de zitting gehouden op 22 november 2022. Uit de beoordeling blijkt dat de moeder inmiddels vrijwillige hulpverlening accepteert, actief meewerkt en positieve, bestendige stappen heeft gezet in haar behandeling bij GGZ Forte. De vader blijft een zorgpunt vanwege zijn emotieregulatieproblemen en het ontbreken van zicht op positieve verandering.
De raad en de gecertificeerde instelling (GI) bevestigen dat de moeder haar afspraken nakomt en dat er sinds oktober 2021 geen nieuwe meldingen zijn. Het veiligheidsplan is bijna afgerond, waardoor de hulpverlening kan worden voortgezet in een vrijwillig kader. Het hof besluit daarom de ondertoezichtstelling op te heffen met ingang van één maand na de beschikking, met een waarschuwing dat bij verslechtering een nieuwe ondertoezichtstelling mogelijk is.