Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
toevallig vandaag de stukken gekregen waar ik al maanden op wacht. Dus ja!’. Daargelaten dat uit de hiervoor aangehaalde passages uit de pleitnota en het verzoekschrift een voldoende duidelijke waarschuwing valt af te leiden dat [appellant] rekening moest houden met de mogelijkheid dat de vordering tot schadevergoeding nog geldend gemaakt zou worden door [geïntimeerde] , merkt het hof in het licht van deze voorgeschiedenis en het e-mailbericht van 7 oktober 2019 in ieder geval het e-mailbericht van 13 december 2019 aan als stuitingshandeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW Pro. In de processtukken en e-mailcorrespondentie is de advocaat van [appellant] als vertegenwoordiger van [appellant] opgetreden. [appellant] heeft niet bestreden dat de bewuste mededelingen door hem zijn ontvangen.
4.De beslissing
10 januari 2023 voor opgave verhinderdataaan de zijde van beide partijen in de
maanden januari tot en met juni 2023,
notitieter griffie van het hof zal indienen
uiterlijk vier weken voor de datum van de mondelinge behandeling,