Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De beoordeling
€ 1.114,-(1 punt x tarief II)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond het hoger beroep tegen een verdelingsvonnis centraal. Het belang van het hoger beroep was grotendeels komen te vervallen door een later vonnis in kort geding dat tussen partijen was gewezen en waaraan uitvoering was gegeven. Het hof verklaarde appellante niet-ontvankelijk voor de grieven die zij niet langer handhaafde en beoordeelde alleen de proceskostenveroordeling inhoudelijk.
De voorzieningenrechter had appellante veroordeeld in de proceskosten omdat zij lange tijd onduidelijkheid had laten bestaan over haar financiële mogelijkheden om de woning over te nemen tegen de afgesproken marktwaarde van €295.000,-. Ondanks dat zij in de woning woonde, was levering uitgebleven en bleef onduidelijkheid bestaan, wat geïntimeerde noopte tot een nieuwe kort gedingprocedure.
Appellante voerde aan dat zij niet onnodig onduidelijkheid had gecreëerd en dat het falen van een eerdere regeling niet uitsluitend haar schuld was. Het hof vond dit onvoldoende reden om van het oordeel van de voorzieningenrechter af te wijken en bevestigde de proceskostenveroordeling. Tevens veroordeelde het hof appellante in de kosten van het hoger beroep, waarbij het uitgangspunt van kostencompensatie werd verlaten vanwege haar proceshouding.
Het arrest werd op 20 december 2022 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gewezen en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard ten aanzien van de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de proceskostenveroordeling tegen appellante en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep.