ECLI:NL:GHARL:2022:1108
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen sanctie wegens negeren rood verkeerslicht
De betrokkene werd als kentekenhouder een sanctie van €240 opgelegd wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 9 april 2019 te ’s-Gravenhage. De betrokkene betwistte de gedraging en bracht getuigenverklaringen en een klokkaart in om aan te tonen dat hij op dat moment aan het werk was.
De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De gemachtigde voerde aan dat ter zitting stukken niet in de beoordeling waren meegenomen, maar het hof vond dit niet aannemelijk gemaakt.
Het hof stelde vast dat de ambtenaar die de sanctie oplegde direct zicht had op het verkeerslicht en het voertuig met het kenteken van de betrokkene en dat de waarneming betrouwbaar was. De betrokkene kon niet aannemelijk maken dat het voertuig niet op de pleeglocatie was. Daarom bevestigde het hof het oordeel van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep tegen de administratieve sanctie wegens negeren van een rood verkeerslicht.