ECLI:NL:GHARL:2022:11099

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 december 2022
Publicatiedatum
22 december 2022
Zaaknummer
Wahv 200.266.888/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArtikel 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctiebeschikking parkeren op niet-evident trottoir

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd wegens het parkeren op het trottoir op de Willem II Singel in Roermond. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof oordeelde anders.

De betrokkene stelde dat het weggedeelte niet duidelijk als trottoir herkenbaar was en verwees naar een eerdere uitspraak waarin dit gedeelte als ander weggedeelte werd aangemerkt. Hoewel de gemeente het weggedeelte via een verkeersbesluit als trottoir had aangewezen, was dit niet zichtbaar gemaakt door borden, andere bestrating of verhoogde trottoirbanden.

Het hof concludeerde dat het voertuig op een strook stond die niet evident als trottoir werd gezien door de gemiddelde weggebruiker. Daarom mocht daar geparkeerd worden. De sanctiebeschikking werd vernietigd en de proceskosten werden aan de betrokkene toegewezen.

Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctiebeschikking omdat het weggedeelte niet evident als trottoir wordt ervaren en parkeergedrag op dat gedeelte is toegestaan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.266.888/01
CJIB-nummer
: 219156606
Uitspraak d.d.
: 22 december 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 5 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “niet de rijbaan gebruiken door stil te staan op het trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 juli 2018 om 19:32 uur op de Willem II Singel in Roermond met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert onder meer aan dat het hof eerder heeft bepaald dat het gedeelte van de weg waar de betrokkene zijn voertuig had geparkeerd moet worden aangeduid als een ander weggedeelte waarop parkeren is toegestaan. Daarbij verwijst de gemachtigde naar het arrest van 18 oktober 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9067. Inmiddels heeft de gemeente via een verkeersbesluit vastgelegd dat het betreffende weggedeelte wordt aangeduid als trottoir. Een verkeersbesluit is echter op straat niet kenbaar. Ook zijn er geen borden geplaatst waaruit blijkt dat ter plaatse niet geparkeerd mag worden en is op geen enkele wijze, bijvoorbeeld doordat sprake is van andere tegels of een verhoogde trottoirband, zichtbaar gemaakt dat het hier een trottoir betreft.
3. De verweten gedraging betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990. Daarin is bepaald, voor zover hier van belang, dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir of het voetpad.
4. Het RVV 1990 bevat geen definitie of omschrijving van de begrippen “trottoir” of “voetpad”. Van belang is met name hoe het betreffende weggedeelte zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet.
5. In het dossier bevindt zich een op ambtseed opgemaakt schrijven van de betreffende ambtenaar van 9 februari 2019. Hierin wordt onder meer het volgende verklaard:
“Ik zag dat betrokken voertuig stilstond op het trottoir. Ik zag dat betrokken voertuig met 4 wielen op het trottoir stond waardoor het trottoir gedeeltelijk werd geblokkeerd. Ik zag dat het hier parkeren betrof, het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Voor het parkeren geheel of gedeeltelijk op het trottoir was geen ontheffing afgegeven. (…) Op het betrokken motorvoertuig is door verbalisant op 17 juli 2018 om 15.25 uur en door een collega om 10.15 uur diezelfde dag ook al eerder een waarschuwingsbriefje achtergelaten. Betrokken bestuurder kon dus weten dat het motorvoertuig hier niet geparkeerd mocht worden. Het betrokken motorvoertuig stond op 25 juli 2018 geparkeerd ter hoogte van pand Willem II Singel 34, dit is dicht in de buurt waar de eigenaar van het motorvoertuig woonde (…) namelijk op 30a. Het door bezwaarmaker bijgevoegde arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2017 is hier niet van toepassing omdat dit toen nog een andere verkeerssituatie betrof. Op 14 juni 2018 is er namelijk een verkeersbesluit genomen door de gemeente Roermond en dit verkeersbesluit is op 18 juni 2018 verschenen in de Staatscourant 2018 nummer 34019. (…)”
Bij dit schrijven heeft de ambtenaar het door hem genoemde verkeersbesluit, het brondocument, de foto’s van de gedraging en afbeeldingen van 2015 en 2018 van de situatie ter plaatse als bijlage gevoegd.
6. Uit de zich in het dossier bevindende afbeeldingen volgt dat de rijbaan van de Willem II Singel is geasfalteerd. Aan de linkerzijde van die rijbaan bevindt zich een busbaan. Het voertuig van de betrokkene staat geparkeerd op een met roodbruine klinkers in ellenboogverband bestrate strook die gelegen is tussen de busbaan en het met lichtrode tegels in halfsteensverband bestrate fietspad. Direct naast dit fietspad bevindt zich weer een strook bestraat met in ellenboogverband gelegde roodbruine klinkers die doorlopen tot aan de daar gelegen panden. De strook waarop het voertuig staat is van de busbaan afgescheiden door een licht verhoogde trottoirband met schuine kant. Op deze strook staan met enige tussenafstand bomen geplant en er is geen belijning of afwijkende bestrating zichtbaar. Het voertuig staat met vier wielen op deze strook en met de voorzijde direct naast een boom geparkeerd.
7. Het hof is - met name in aanmerking genomen de aanwezigheid ter plaatse van de als trottoir te beschouwen naast het fietspad tot de panden doorlopende strook met klinkers - van oordeel dat de plaats waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd zich niet zodanig evident als trottoir of voetpad voordoet dat deze door de gemiddelde weggebruiker als zodanig wordt beschouwd. Dit betekent dat het voertuig stond op een ander weggedeelte dat voor het parkeren van een motorvoertuig mag worden gebruikt. Dat de gemeente Roermond in het verkeersbesluit van juni 2018 dit weggedeelte heeft aangemerkt als trottoir, maakt dat niet anders.
8. Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het hof zal als volgt beslissen. Gelet hierop behoeven de overige bezwaren van de gemachtigde geen bespreking meer.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.164,75.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.