ECLI:NL:GHARL:2022:1113

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 februari 2022
Publicatiedatum
14 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.283.831
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.18.5 Regeling voertuigenArt. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperkt zicht door aanhanger met boot leidt tot boete ondanks zicht in spiegels

De betrokkene kreeg een boete van €240 wegens het ontbreken van buitenspiegels terwijl het zicht beperkt was door een aanhanger met daarop een boot. De overtreding vond plaats op 28 maart 2019 in Moerdijk. De betrokkene stelde dat er geen sprake was van beperkt zicht omdat hij het stopteken in zijn spiegels had gezien en dat de aanhangwagen niet breder was dan het voertuig.

De kantonrechter wees het beroep af en het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat de ambtenaar vanuit de bestuurdersstoel had vastgesteld dat het zicht onvoldoende was, ondanks het feit dat de betrokkene het stopteken in zijn spiegels had gezien. De kantonrechter had voldoende gemotiveerd waarom de aangevoerde gronden niet tot herziening leidden.

Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De beslissing is genomen op basis van artikel 5.18.5 van de Regeling voertuigen en artikel 3 van Pro de Wahv. Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 februari 2022.

Uitkomst: De boete van €240 voor het ontbreken van buitenspiegels bij beperkt zicht door een aanhanger met boot wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.283.831/01
CJIB-nummer
: 224471318
Uitspraak d.d.
: 14 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 15 september 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “Voertuig heeft geen buitenspiegels, bij een beperkt zicht door lading of een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 maart 2019 om 13:24 uur op de Steenweg in Moerdijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat reeds uit het feit dat de betrokkene het stopteken in zijn spiegels heeft gezien blijkt dat van een beperkt zicht geen sprake was. Verder was de aanhangwagen niet breder dan het voertuig en is niet gebleken op basis waarvan de ambtenaar tot de conclusie is gekomen dat het zicht onvoldoende was. De kantonrechter is niet inhoudelijk op deze gronden ingegaan. De gemachtigde verzoekt het hof om deze gronden opnieuw te behandelen.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.18.5, tweede lid, van de Regeling voertuigen, waarin is bepaald dat indien het gezichtsveld van de voor voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort voorgeschreven spiegels of camera-monitorsystemen wordt beperkt door lading die aan de achterzijde van het voertuig is aangebracht of door een door het voertuig voortbewogen aanhangwagen, met inbegrip van de lading, het voertuig moet zijn voorzien van een linker- onderscheidenlijk rechterbuitenspiegel of camera-monitorsystemen waarmee de bestuurder een in bijlage VIII, hoofdstuk 2, titel 2, paragrafen 1 tot en met 6, vastgesteld weggedeelte kan overzien.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Geen zicht door te brede boot.
Verklaring betrokkene: Ja ik moet caravanspiegels hebben.”
6. Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal d.d. 8 januari 2020, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Op de vraag waaruit bleek dat er beperkt zicht was door een aanhanger met daarop een boot met kajuit is dat op het moment dat wij de combinatie zagen rijden wij aan de achterzijde geen spiegel hebben kunnen waarnemen. Nadat wij de combinatie via een transparant naar een veilige parkeerplaats hebben gebracht, heb ik de bestuurder medegedeeld waarom hij door ons was meegenomen. Om het zicht te kunnen controleren heb ik plaats genomen op de bestuurdersstoel en kon ik concluderen dat het zicht in de beide spiegels onvoldoende was om veilig op de weg te gaan rijden.”
7. Verder bevindt zich in het dossier de door de gemachtigde in administratief beroep overgelegde foto. Op deze foto is de achterzijde van een aanhangwagen te zien met daarop een boot.
8. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat hij vanuit de bestuurdersstoel van het voertuig van de betrokkene heeft geconstateerd dat het gezichtsveld van de spiegels werd beperkt door de aanhangwagen met de boot. Op grond hiervan kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dat de ambtenaar niet expliciet heeft aangegeven welk criterium hij daarbij heeft gehanteerd, maakt dit niet anders. De enkele omstandigheid dat de betrokkene het stopteken in zijn spiegels heeft gezien brengt niet mee dat reeds om die reden van een beperkt zicht geen sprake kan zijn geweest.
9. De stelling van de gemachtigde dat de kantonrechter niet inhoudelijk op de aangevoerde gronden is ingegaan faalt. Door te overwegen dat op grond van de overgelegde foto’s, de inhoud van het zaakoverzicht en de inhoud van het aanvullend proces-verbaal voldoende vast is komen te staan dat de gedraging is verricht heeft de kantonrechter, zij het summier, voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de door de gemachtigde aangevoerde gronden geen doel treffen. Het enkele feit dat hij daarbij niet uitgebreid en expliciet op alle specifieke argumenten die zijn aangedragen is ingegaan, maakt niet dat er sprake is van schending van het motiveringsbeginsel.
10. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd en dat het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.