Uitspraak
[appellante] ,
Procesgang
Beoordeling van het verzoek
€ 680,00 +
BESLISSING
€ 687,79 (zeshonderdzevenentachtig euro en negenenzeventig cent).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante verzocht bij de rechtbank om vergoeding van €7,79 aan reiskosten en een vergoeding voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift in een strafzaak die was geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank kende een totaalbedrag van €22,79 toe.
Appellante ging in hoger beroep tegen deze beschikking. Het hof behandelde het hoger beroep en stelde vast dat de strafzaak zonder oplegging van straf of maatregel was geëindigd en dat er geen toepassing was gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Op grond van artikel 530, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft de gewezen verdachte recht op vergoeding van gemaakte reis- en verblijfkosten.
Hoewel het hof een scheve verhouding zag tussen de geringe reiskosten en de forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift, besloot het hof op grond van billijkheid en landelijke aanbevelingen het standaardbedrag van €680 toe te kennen, omdat de zaak in twee instanties was behandeld. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en kende appellante een vergoeding van in totaal €687,79 toe.
Uitkomst: Het hof kent appellante een vergoeding van €687,79 toe voor reiskosten en kosten van het verzoekschrift.