Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van vier kinderen was in eerste aanleg geconfronteerd met een verzoek van de raad tot beëindiging van haar ouderlijk gezag over twee van haar kinderen, [de minderjarige1] en [de minderjarige2]. Dit verzoek werd door de rechtbank toegewezen en de gecertificeerde instelling werd tot voogd benoemd.
In hoger beroep heeft de moeder het verzoek tot beëindiging van het gezag aangevochten en verzocht dit af te wijzen. De raad heeft aanvankelijk bekrachtiging van de beschikking gevraagd, maar na aanvullend onderzoek en gewijzigde omstandigheden, waaronder het feit dat de kinderen weer bij de moeder wonen, heeft de raad haar standpunt gewijzigd en verzocht het gezag niet te beëindigen, maar de kinderen onder toezicht te stellen.
Het hof heeft op 21 december 2022 mondeling uitspraak gedaan en de beschikking van de rechtbank vernietigd. Het verzoek tot beëindiging van het gezag is afgewezen. Tegelijkertijd heeft het hof de kinderen onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling voor een periode van drie maanden, gelet op de voorgeschiedenis en de noodzaak de positieve ontwikkelingen te monitoren en de hulpverlening zorgvuldig over te dragen.
De moeder stemde in met deze ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en schriftelijk vastgesteld op 5 januari 2023.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot beëindiging van het gezag en stelt de kinderen voor drie maanden onder toezicht van de gecertificeerde instelling.