ECLI:NL:GHARL:2022:11705
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Corthals
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- G. Dam
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt vrijspraak wegens onvoldoende bewijs geschiktheid tabak als rooktabak
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het bezit van tabak die mogelijk als rooktabak kwalificeerde onder artikel 32, eerste lid, van de Wet op de Accijns. De rechtbank Overijssel sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen deze vrijspraak.
Tijdens de terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 22 juli 2022 werd het dossier en de vorderingen van de advocaat-generaal besproken. De verdediging voerde verweer namens verdachte, die zelf niet aanwezig was. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was in het hoger beroep voor het tweede feit, omdat geen rechtens te beschermen belang meer bestond.
Het hof bevestigde de vrijspraak van de rechtbank voor het eerste feit. Hoewel de advocaat-generaal stelde dat de tabak na versnijding geschikt was om te worden gerookt met een rookmachine en daarmee rooktabak was, concludeerde het hof dat dit onvoldoende bewijs was. De tabak was zonder verdere industriële bewerking niet geschikt als rooktabak. De enkele omstandigheid dat de tabak na versnijding in een rookmachine kon worden gerookt, leidde niet tot een andere conclusie.
Daarmee werd het vonnis van de rechtbank bevestigd met een aanvulling van gronden. Het hoger beroep werd deels niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens onvoldoende bewijs dat de tabak als rooktabak kan worden aangemerkt.