ECLI:NL:GHARL:2022:1217
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep strafzaak
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 23 april 2019. Verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
Tijdens de terechtzitting op 1 februari 2022 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Na voorlezing van deze vordering aan het hof en het ontbreken van bezwaren van verdachte tegen het vonnis, zag het hof geen aanleiding tot inhoudelijke behandeling van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering besloot het hof verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Dit arrest werd uitgesproken in aanwezigheid van de raadsheren en griffier tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank.