ECLI:NL:GHARL:2022:1233

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 februari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.283.733/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctie wegens onjuiste toepassing staandehouding bij lasercontrole snelheid

De betrokkene kreeg een sanctie van €105 opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 12 km/u. De sanctie werd opgelegd aan de kentekenhouder omdat de bestuurder niet staande was gehouden. De gemachtigde voerde aan dat de ambtenaar ten onrechte geen staandehouding verrichtte terwijl dit mogelijk was, omdat de ambtenaar bezig was met een andere bekeuringssituatie.

Het hof oordeelde dat de keuze van de ambtenaar om de controle zodanig vorm te geven dat geen staandehouding mogelijk was slechts marginaal getoetst kan worden, maar dat wel inzichtelijk gemaakt moet worden waarom staandehouding niet mogelijk was. In deze zaak was dat onvoldoende onderbouwd. De ambtenaar verklaarde dat hij geen stopteken kon geven omdat hij met een andere bekeuringssituatie bezig was, maar dit was onvoldoende reden om de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen.

Daarom vernietigde het hof de beschikking en de sanctie, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1.164,75. De overige bezwaren behoefden niet te worden besproken.

Uitkomst: De sanctie aan de kentekenhouder wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing waarom staandehouding niet mogelijk was.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.283.733/01
CJIB-nummer
: 226228904
Uitspraak d.d.
: 17 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 10 september 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 105,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) met 12 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 juni 2019 om 23:45 uur op de Valkenburgerweg in Schin op Geul met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Er was in dit geval sprake van een lasercontrole. Normaliter wordt de bestuurder daarbij staande gehouden. De ene ambtenaar meet dan de snelheid, terwijl de andere ambtenaar de staandehouding verricht. In deze zaak verklaart de ambtenaar dat hij geen staandehouding kon verrichten, omdat hij bezig was met een andere bekeuringssituatie. Tijdens die andere bekeuringssituatie kon hij echter wel de onderhavige meting uitvoeren. Niet gebleken is waarom hij niet tevens een stopteken kon geven. Wanneer het verrichten van een staandehouding niet mogelijk was, had hij het opleggen van de sanctie ook achterwege moeten laten. De ambtenaar heeft er namelijk zelf voor gekozen om de snelheidscontrole zodanig vorm te geven dat een tweede overtreder niet staande kon worden gehouden. Hij had ervoor moeten zorgen dat ook die kon worden staande gehouden, dan wel ervoor moeten kiezen om geen sanctie op te leggen. De gemachtigde verwijst hierbij naar een (ongepubliceerd) arrest van het hof met Wahv-nummer 200.219.951.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat voor zover relevant dat de snelheidsmeting is verricht met behulp van een lasergun en dat er geen staandehouding heeft plaatsgevonden, omdat er geen mogelijkheid was om een stopteken te geven.
4. Voorts bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal d.d. 10 januari 2020, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Er kon geen staandehouding plaatsvinden, omdat ik geen stopteken kon geven. Ik was reeds doende met een andere bekeuringssituatie, waardoor ik niet de weg op kon lopen om een stopteken te geven. De snelheid vaststellen middels de goedgekeurde lasergun en het kenteken noteren kon ik probleemloos uitvoeren. Dit kon ik namelijk vanaf de zijkant van de weg uitvoeren.”
5. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
6. Bij het gebruik van de lasergun vindt meestal geen fotografische- of videoregistratie van de snelheidsoverschrijding plaats. Dat brengt naar het oordeel van het hof mee dat in beginsel tot staandehouding moet worden overgegaan, al dan niet door een andere ambtenaar. Zo wordt de bestuurder geconfronteerd met de bevindingen van de ambtenaar en weet hij waartegen hij zich desgewenst heeft te verdedigen.
7. Uit de door de ambtenaar in deze zaak vermelde reden om niet tot staandehouding over te gaan leidt het hof af dat de ambtenaar bezig was met het constateren van andere gedragingen. In beginsel leent de - voor de mogelijkheid van staandehouding van belang zijnde - keuze van de ambtenaar voor de wijze waarop een verkeerscontrole wordt uitgevoerd zich slechts voor een uiterst marginale toetsing door de rechter. Dit neemt echter niet weg dat de ambtenaar wel inzichtelijk dient te maken waarom hij ervoor heeft gekozen om de snelheidscontrole zodanig vorm te geven dat na de meting geen staandehouding kan plaatsvinden. Dit is in de onderhavige zaak niet gebeurd. Aldus is onvoldoende gebleken waarom zich in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan.
8. Nu op grond van de stukken niet blijkt dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig heeft voorgedaan, moet het ervoor worden gehouden dat de ambtenaar ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv, door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene is opgelegd, moet worden vernietigd. Dit brengt mee dat de overige bezwaren van de gemachtigde niet meer hoeven te worden besproken. Het hof zal beslissen als hierna te melden.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.164,75 ((1,5 x € 541,- x 0,5) + (2 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.