Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civielrechtelijke zaak in het personen- en familierecht stond de zorgregeling voor drie minderjarige kinderen centraal. Het hoger beroep betrof een geschil tussen de ouders over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van de kinderen. Na eerdere beslissingen van de rechtbank Noord-Nederland en een tussenbeschikking van het hof, werd een bijzondere curator benoemd om de situatie te onderzoeken en te bemiddelen.
Dankzij de inspanningen van de bijzondere curator en de gecertificeerde instelling is de volledig vastgelopen situatie tussen de ouders en kinderen voorzichtig verbeterd. De ouders bereikten overeenstemming over de zorgregeling en legden deze afspraken vast in een op 1 november 2021 ondertekende overeenkomst, die door beide ouders en de kinderen werd bekrachtigd.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze de zorgregeling betrof en veroordeelde de ouders tot naleving van de nieuwe regeling zoals vastgelegd in de overeenkomst. Het hof hechtte een door de griffier gewaarmerkte kopie van deze overeenkomst aan de beschikking. Tevens sprak het hof de hoop uit dat de ouders de ingezette positieve weg voortzetten, ondanks de complexiteit van de situatie en het belaste verleden.
De beslissing werd genomen zonder nadere mondelinge behandeling, omdat partijen en belanghebbenden geen wens daartoe hadden uitgesproken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2022.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking over de zorgregeling en veroordeelt de ouders tot naleving van de door hen gemaakte zorgovereenkomst.