De man en vrouw zijn in 2003 gehuwd en in 2021 gescheiden. De rechtbank had partneralimentatie vastgesteld van €630 per maand voor drie jaar. De vrouw ging in hoger beroep en vorderde verhoging en verlenging van de alimentatie. De man voerde verweer en stelde dat de vrouw niet behoeftig is omdat zij kan werken en vermogen heeft.
Het hof beoordeelde de behoefte van de vrouw aan de hand van de hofnorm, gebaseerd op het netto besteedbaar gezinsinkomen in 2019, en stelde de behoefte vast op €2.260 netto per maand. De vrouw heeft een eigen inkomen en benut haar verdiencapaciteit grotendeels, waardoor haar netto behoeftigheid €395 per maand bedraagt. De man heeft voldoende draagkracht om de alimentatie te voldoen.
De man verzocht om limitering van de duur van de alimentatie tot drie jaar, maar het hof vernietigde deze beperking vanwege onvoldoende onderbouwing en de lange duur van het huwelijk met traditionele rolverdeling. De alimentatieduur blijft maximaal 12 jaar conform de wet. De overige onderdelen van de beschikking van de rechtbank werden bekrachtigd.