ECLI:NL:GHARL:2022:1292

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 februari 2022
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.280.728/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens ontbreken bewijs geslotenverklaring motorvoertuigen

De betrokkene kreeg een sanctie van €90 opgelegd voor het negeren van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen (bord C12) op 14 augustus 2018 te Maastricht. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof stelt vast dat de foto waarop de overtreding gebaseerd is, het voertuig toont vóór het bord C12, waardoor de gedraging niet kan worden vastgesteld.

Het hof oordeelt dat het toepasselijke Beleidskader digitale handhaving vereist dat op de foto zichtbaar moet zijn dat het voertuig het bord is gepasseerd. De ambtenaar heeft geen bewijs geleverd dat het bord op of rond de datum van overtreding daadwerkelijk aanwezig was, noch zijn er schouwrapporten overgelegd.

Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Tevens wordt de proceskostenvergoeding van €1.164,75 aan de betrokkene toegekend.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat het voertuig het geslotenverklaringbord C12 was gepasseerd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.280.728/01
CJIB-nummer
: 219276589
Uitspraak d.d.
: 21 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 31 oktober 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen: bord C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 augustus 2018 om 14.23 uur op het Endepolsdomein in Maastricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert onder meer aan dat niet is voldaan aan het vereiste in bijlage L van de Beleidsregels BOA, dat op de foto zichtbaar moet zijn dat het voertuig het bord is gepasseerd. Er is een C-bord zichtbaar op de foto, maar op het moment waarop de foto is genomen is het voertuig dit bord nog niet voorbij. Er is ook geen recent schouwrapport aanwezig waaruit de aanwezigheid van de borden op dat moment blijkt.
3. Het hof stelt vast dat in dit geval niet de door de gemachtigde genoemde Beleidsregels BOA van toepassing zijn, maar het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebied, versie augustus 2018 (hierna: Beleidskader), afkomstig van het Parket CVOM. In dit Beleidskader staat het toepasselijk kader voor de gemeente opgenomen indien zij, zoals hier, digitaal wil handhaven op categorie C borden. Uit deze voorwaarden kan worden afgeleid dat er een foto van de gedraging wordt gemaakt en dat hierop zichtbaar moet zijn dat het voertuig het bord is gepasseerd.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld.
6. In een aanvullend proces-verbaal van 5 december 2018 verklaart de ambtenaar onder meer:
“Op 14 augustus 2018 om 14.23 uur werd het voertuig met kenteken [kenteken] door onder genoemde camera-installatie gefotografeerd tijdens het negeren van de daar geldende geslotenverklaring. In een gedeelte van het Endopolsdomein geldt een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen. Deze geslotenverklaring is aangegeven door het bord C12. Onder de borden is een onderbord geplaatst met de tekst “uitgezonderd ontheffingshouders”. Deze bebording is op een duidelijke en reguliere wijze geplaatst bij het binnenrijden van beide zijden van het Endepolsdomein.
In het Endepolsdomein is een camera-installatie geplaatst ten behoeve van het handhaven van bovengenoemde geslotenverklaring. Ik heb de bebording die de geslotenverklaring aangeeft in de bijlage gedaan.”
7. Het hof oordeelt als volgt. Op de foto is het bord C12 duidelijk zichtbaar. In zoverre wordt voldaan aan de eisen uit het Beleidskader. Echter, de foto is genomen op het moment dat het voertuig het C-bord nog niet was gepasseerd. Dat de gedraging is begaan, kan dus niet op basis van die foto worden vastgesteld en ook niet op basis van het zaakoverzicht, want ook de ambtenaar heeft enkel de foto gezien. Uit de bij het aanvullend proces-verbaal overgelegde foto’s blijkt dat kort voor de locatie waar de foto is genomen ook een bord C12 staat. Het bord C12 dat op de foto van de gedraging te zien is, is dus een herhaling van een kort daarvoor geplaatst bord. Uit het aanvullend proces-verbaal kan echter niet worden afgeleid dat dat bord op of rond de pleegdatum daadwerkelijk aanwezig was. Hier wordt door de ambtenaar niets over verklaard, terwijl uit de overgelegde foto’s evenmin blijkt of die op of rond de pleegdatum zijn gemaakt. Evenmin zijn dienaangaande schouwrapporten overgelegd. Dit betekent dat uit de foto die op grond van het Beleidskader is gemaakt de gedraging niet blijkt. Ook op basis van de overige gegevens in het dossier kan de gedraging niet worden vastgesteld.
8. Nu de gedraging niet kan worden vastgesteld, kan de inleidende beschikking niet in stand blijven. Het hof beslist als na te melden.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.164,75 (= (1,5 x € 541,- x 0,5) + (2 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.