Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Enorgha B.V. (in liquidatie),
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
3.De slotsom
€ 20.317,11 (inclusief omzetbelasting)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen Wenning Biogas GmbH & CO. KG en Enorgha B.V. over de levering van plantenvet voor biogasproductie. Wenning stelde dat het door Enorgha geleverde plantenvet verontreinigd was met siliciumhoudende stoffen, wat leidde tot schade aan ongeveer vijftig verwarmingsinstallaties bij eindgebruikers.
Na benoeming van een deskundige en onderzoek van een vetmonster concludeerde deze dat het vet verontreinigd was met siloxanen, kunstmatige siliciumhoudende stoffen, en niet geschikt voor de vergistingstechniek van Wenning. De deskundige vond het onwaarschijnlijk dat deze stoffen in een natuurlijke biomassa voorkwamen en wees op het ontbreken van een zuiveringsstap bij Wenning.
Het hof oordeelde dat Enorgha tekort was geschoten in haar leveringsverplichting door het leveren van verontreinigd plantenvet, waardoor Wenning aansprakelijk werd voor de schade aan verwarmingsinstallaties en de stillegging van biogasproductie. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en wees de schadevergoeding toe aan Wenning, terwijl de vorderingen van Enorgha werden afgewezen.
Uitkomst: Enorgha wordt veroordeeld tot schadevergoeding aan Wenning wegens levering van verontreinigd plantenvet.