ECLI:NL:GHARL:2022:1377

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
22 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.293.538/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen sanctie wegens overtreden geslotenverklaring motorvoertuigen

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Boslandweg te Rhenen op 20 juni 2019. De betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat hij de geslotenverklaring niet had gepasseerd en dat hij vóór het bord was gekeerd, waardoor de overtreding niet kon worden vastgesteld.

De ambtenaar verklaarde dat er een vooraankondiging en een bord geslotenverklaring stonden en dat hij de betrokkene vanuit de richting van de geslotenverklaring zag aanrijden. De betrokkene werd staande gehouden en gaf aan geen ontheffing te hebben. Het hof acht het ongeloofwaardig dat de betrokkene vlak voor de geslotenverklaring zou zijn gekeerd, omdat dit niet eerder bij de staandehouding of in administratief beroep was aangevoerd.

Het hof concludeert dat de ambtenaar terecht heeft vastgesteld dat de betrokkene de geslotenverklaring heeft genegeerd. De kantonrechter had het beroep terecht ongegrond verklaard en het hof bevestigt dit. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep tegen de boete wegens overtreden geslotenverklaring en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.293.538/01
CJIB-nummer
: 226519489
Uitspraak d.d.
: 22 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 15 maart 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op (donderdag) 20 juni 2019 om 17:21 uur op de Boslandweg in Rhenen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard en stelt zich op het standpunt dat op grond van de verklaring van de ambtenaar niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Hij herhaalt daartoe hetgeen bij de kantonrechter is aangevoerd, te weten dat de betrokkene via de kruising Radboudweg de Boslandweg is ingereden en zijn voertuig heeft gekeerd vóór het punt waar het bord geslotenverklaring staat. Hij is zonder een bord geslotenverklaring te passeren terug gereden richting de ambtenaar, die niet heeft kunnen waarnemen dat de betrokkene daadwerkelijk de geslotenverklaring heeft genegeerd.
3. In een proces-verbaal van 1 november 2019 verklaart de ambtenaar dat een vooraankondiging van de geslotenverklaring (met onderborden) staat op de Boslandweg, bij de kruising met de Bergweg en dat 150 meter verderop op de Boslandweg het bord geslotenverklaring staat. Op bijgevoegde foto’s is te zien dat onder het bord geslotenverklaring staat “ma t/m vr
16-18.30 h m.u.v. ontheffinghouders.” In een proces-verbaal van 20 februari 2020 verklaart de ambtenaar dat hij ter hoogte van de kruising met de Radboudweg stond, ter hoogte van Boslandweg 24 en dat hij de betrokkene vanuit de richting van de geslotenverklaring zag komen aanrijden.
4. De betrokkene is staande gehouden. Volgens de ambtenaar heeft hij toen verklaard niet over een ontheffing te beschikken. Zou de betrokkene geen bord geslotenverklaring zijn gepasseerd, dan had het erg voor de hand gelegen om dat op dat moment al aan te voeren en over zijn route zonodig concrete informatie te verstrekken, zodat het opleggen van een sanctie mogelijk had kunnen worden voorkomen. Dat is niet gebeurd en ook in administratief beroep is dat verweer niet gevoerd. Het onder 2 genoemde verweer is eerst gevoerd nadat de gemachtigde van de betrokkene de beschikking had gekregen over het tweede proces-verbaal van de ambtenaar. Het hof ziet daarin aanleiding om het verweer als ongeloofwaardig te verwerpen. Dat brengt mee dat hetgeen de ambtenaar heeft waargenomen, de conclusie kan rechtvaardigen dat de betrokkene de gedraging heeft verricht.
5. De kantonrechter heeft een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. Het hof zal die beslissing bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.