ECLI:NL:GHARL:2022:1381

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
22 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.298.876/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 9 WahvArt. 62 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren in parkeerverbodszone ondanks gehandicaptenparkeerkaart

De betrokkene kreeg een sanctie van €95,- opgelegd wegens parkeren in een parkeerverbodszone (bord E1) op de Melkweg in Hoorn. Hoewel de betrokkene een geldige gehandicaptenparkeerkaart bezit, was deze niet zichtbaar achter de voorruit geplaatst op het moment van de overtreding.

De gemachtigde voerde aan dat de verklaring van de ambtenaar onbetrouwbaar was en dat de gehandicaptenparkeerkaart rechtsgeldig parkeren toestond. Het hof stelde vast dat de ambtenaar geen gehandicaptenparkeerkaart heeft waargenomen en dat de foto’s dit bevestigen. De aanwezigheid van parkeerverbodsborden aan beide zijden van de weg werd eveneens bevestigd.

Het hof oordeelde dat het ontbreken van een verkeersbesluit geen reden is om de sanctie te matigen of te laten vervallen. Verder is het beleid van de gemeente Hoorn dat gehandicaptenparkeerkaarthouders kosteloos mogen parkeren, maar dit geldt niet buiten de vakken in een parkeerverbodszone. De sanctie blijft daarom van kracht en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: De sanctie voor parkeren in een parkeerverbodszone zonder zichtbare gehandicaptenparkeerkaart wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.298.876/01
CJIB-nummer
: 231844571
Uitspraak d.d.
: 22 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 2 juli 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 februari 2020 om 11.43 uur op de Melkweg in Hoorn met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene een gehandicaptenparkeerkaart achter de voorruit had geplaatst en daarmee ter plaatse mocht parkeren. De verbalisant verklaart pas zes maanden later dat hij geen kaart heeft waargenomen. Deze verklaring is daarom niet betrouwbaar. De gehandicaptenparkeerkaart lag linksvoor achter de voorruit en dat deel staat niet op de foto.
Voorts erkent de verbalisant dat er geen verkeersbesluit genomen is over de E1 borden. De verklaring over de plaatsing van de borden berust op beelden van Google Maps van 11 jaar oud, die niets zeggen over de aanwezige bebording op de pleegdatum. De gemachtigde verzoekt om als de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, het bedrag van de sanctie te matigen omdat vaststaat dat de betrokkene in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart en hiermee ter plaatse mocht parkeren.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“overtreden artikel: 62 jo. Bord E1 RVV 1990. (…)
10 min geen lalo (het hof begrijpt: laden en/of lossen). Geen gpk (het hof begrijpt: gehandicaptenparkeerkaart)”
5. In het dossier bevindt zich een brief van 15 april 2020 van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd, waarin deze onder meer verklaart:
“Bij het oprijden van de Melkweg staan aan beide zijden van de weg parkeerverbod bord E1.”
6. Voorts bevat het dossier een brief van 21 augustus 2020, waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“In het verweer van de betrokkene geeft deze aan dat de betrokkene wel in het bezit was van een geldige gehandicaptenparkeerkaart. Zoals ook te zien is in het brondocument was er op het tijdstip van uitschrijven van het proces-verbaal geen gehandicaptenparkeerkaart aanwezig in het voertuig.
Bij het oprijden van de Melkweg staan aan beide zijden van de weg parkeerverbod bord E1. Op de meegezonden foto zijn de parkeerverbodsborden duidelijk zichtbaar aan beide zijden van de weg. Ook op de meegezonden foto van de betrokkene zijn de borden goed te zien. Hierbij aangevend dat de situatie duidelijk is en dat aan beide zijden van de Melkweg een parkeerverbod van kracht is.
Betreffende het verkeersbesluit (…) dit besluit is jaren geleden gemaakt voordat alles digitaal werd, of er is nooit een verkeersbesluit genomen omdat dit vroeger niet altijd gebeurde. Op Google Streetview foto’s van 11 jaar oud staan de borden E1 ook al afgebeeld. Het verkeersbesluit is niet voorhanden.”
7. Bij bovengenoemde brieven van de ambtenaar bevinden zich 3 foto’s van de gedraging. Op deze foto’s is het voertuig van de betrokkene te zien. Op zowel de foto van de voorzijde van het voertuig als op de close-upfoto hiervan is op het dashboard geen gehandicaptenparkeerkaart te zien.
8. Met betrekking tot de stelling van de gemachtigde dat de verklaring van de ambtenaar over de afwezigheid van een gehandicaptenparkeerkaart onbetrouwbaar is, omdat dit pas 6 maanden na de datum van de gedraging is opgeschreven, overweegt het hof dat uit de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht reeds blijkt dat de ambtenaar geen gehandicaptenparkeerkaart heeft waargenomen. In het zaakoverzicht staat dit immers reeds vermeld (‘geen gpk’). Het hof stelt op basis van de verklaring van de ambtenaar en de foto’s die deze ten tijde van de gedraging heeft gemaakt vast dat er geen gehandicaptenparkeerkaart zichtbaar in de auto lag.
9. Het hof overweegt ten aanzien van de grond over de bebording als volgt. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat bij het oprijden van de Melkweg aan beide zijden van de weg borden E1 zijn geplaatst. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen reden om hieraan te twijfelen. De enkele omstandigheid dat de ambtenaar een afdruk van Google Maps Street View van 11 jaar oud heeft overgelegd, betekent niet dat hij daaruit af heeft geleid dat de borden ter plaatse stonden. De ambtenaar heeft deze foto immers overgelegd ter onderbouwing van zijn verklaring dat het parkeerverbod daar al jarenlang geldig is. Het verweer faalt.
10. Het ontbreken van een verkeersbesluit betreft geen omstandigheid die aanleiding geeft om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2020, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:2020:1055), zodat deze grond geen doel treft.
11. Het hof stelt gelet op het voorgaande vast dat de gedraging is verricht. In het licht van het gevoerde verweer dient het hof vervolgens te beoordelen of er redenen zijn die aanleiding geven het bedrag van de sanctie op grond van artikel 9, tweede lid, onder b, van de Wahv te matigen dan wel oplegging van de sanctie achterwege te laten.
12. Naar het oordeel van het hof is er in het onderhavige geval geen sprake van dergelijke omstandigheden. De gemachtigde heeft (een kopie van) de aan de betrokkene verleende gehandicaptenparkeerkaart overgelegd en een uitdraai van de website van de gemeente Hoorn, waaruit blijkt dat met een gehandicaptenparkeerkaart op elke parkeerplaats in de gemeente Hoorn kosteloos geparkeerd mag worden. In het onderhavige geval stond het voertuig van de betrokkene echter niet geparkeerd op een parkeerplaats, maar langs de kant van de weg in een parkeerverbodszone. De omstandigheid dat de betrokkene is vergeten de gehandicaptenkaart achter de voorruit te plaatsen, geeft dan ook geen aanleiding af te wijken van de vastgestelde tarieven.
13. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.