ECLI:NL:GHARL:2022:1388
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens ontbreken deugdelijke snelheidsbebording op autoweg
De betrokkene kreeg een boete van €200 voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 22 km/u op een autoweg buiten de bebouwde kom. De overtreding zou zijn vastgesteld op 7 oktober 2018 op de Rijksweg N11 te Hazerwoude met een flitspaal en lusdetector.
De betrokkene betwistte de aanwezigheid van het snelheidsbord G3 ter plaatse op het moment van de overtreding. Het dossier bevatte geen schouwrapporten of andere bewijzen die de aanwezigheid van het bord bevestigen. Het hof concludeerde dat zonder bewijs van de bebording niet kan worden vastgesteld dat het een autoweg betrof met een maximumsnelheid van 100 km/u.
Het hof wees het standpunt van de advocaat-generaal af dat de betrokkene niet in zijn belangen was geschaad door het ontbreken van het bord. Zonder het bord zou de snelheidsovertreding 42 km/u zijn geweest, wat een zwaardere overtreding betreft en mogelijk een beroep op disculpatie volgens artikel 181 Wegenverkeerswet Pro 1994 mogelijk maakt.
Daarom vernietigde het hof de beschikking en de boete, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1.345,50 aan de betrokkene.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd wegens ontbreken van bewijs van de vereiste snelheidsbebording.