De moeder verzocht om vervangende toestemming om met haar twee minderjarige kinderen naar Duitsland te verhuizen en hen in te schrijven op een Duitse school. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit en hebben een ouderschapsplan waarin het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder is geregeld.
De rechtbank wees het verzoek af omdat de moeder onvoldoende noodzaak voor de verhuizing had aangetoond, de verhuizing niet goed was voorbereid en de communicatie tussen de ouders gebrekkig was. Het hof bevestigde deze afwijzing na een uitgebreide belangenafweging waarbij het belang van de kinderen centraal stond.
Het hof overwoog dat de afstand van circa 475 kilometer het contact tussen de vader en de kinderen aanzienlijk zou belasten, vooral naarmate de kinderen ouder worden en meer sociale activiteiten in hun woonomgeving ontwikkelen. Ook de recente systeemtherapie voor het oudste kind maakte een ingrijpende verandering ongewenst.
Daarom werd het verzoek tot verhuizing en inschrijving op de Duitse school afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.