Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, ingekomen op 8 september 2021;
- het verweerschrift met een productie;
- een journaalbericht van mr. Vessies van 7 februari 2022 met producties, en
- een journaalbericht van mr. Zobuoglu van 7 februari 2022.
- de moeder en haar advocaat;
- de vader en zijn advocaat;
- een tolk Turks voor de vader, en
- twee vertegenwoordigers van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad).
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2011 in [plaats1] , en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2014 in [plaats1] ,
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen, en
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.