ECLI:NL:GHARL:2022:1500

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 februari 2022
Publicatiedatum
25 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.275.925/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Bijlage 1 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen snelheidsovertreding binnen bebouwde kom met geschouwde bebording

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 27 km/u. De overtreding vond plaats op 1 april 2019 op de Ringbaan Noord in Weert. De gemachtigde voerde aan dat de officier van justitie onvoldoende op de bezwaren was ingegaan, wat een schending van het motiveringsbeginsel opleverde.

Het hof stelde vast dat de officier van justitie niet inhoudelijk op de gronden van 23 mei 2019 was ingegaan, waardoor de beslissing aan een motiveringsgebrek leed. De beslissing van de kantonrechter, die dit niet had onderkend, werd daarom vernietigd. Het hof verklaarde het beroep tegen de officier van justitie gegrond en vernietigde diens beslissing.

Vervolgens beoordeelde het hof de gronden betreffende de snelheidsovertreding zelf. Uit schouwrapporten van 10 maart en 8 mei 2019 bleek dat de bebording met A1-borden (70 km/u) op de locatie aanwezig was en correct was geplaatst. De stelling dat de schouwen te ver van de pleegdatum lagen werd verworpen. Ook het argument dat de weg eruitziet als een secundaire weg deed niet af aan de constatering dat de locatie binnen de bebouwde kom lag.

De foto's toonden aan dat het A1-bord na het kruispunt aanwezig was, waardoor het bezwaar dat de bebording werd opgeheven na het kruispunt niet slaagde. De gronden van de gemachtigde werden ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest werd uitgesproken door mr. Wijma, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de boete van €287,- blijft in stand.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.275.925/01
CJIB-nummer
: 224683011
Uitspraak d.d.
: 25 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 10 januari 2020, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 287,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, met 27 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 1 april 2019 om 10.59 uur op de Ringbaan Noord kruising Laarderweg richting Ring Noord in Weert met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de officier van justitie de gronden van
23 mei 2019 niet inhoudelijk heeft behandeld, maar een algemene afwijzing heeft gegeven. Het motiveringsbeginsel is geschonden. Volgens de kantonrechter zou een bord H1 links en rechts staan van de Ringbaan Noord te Weert ter hoogte van de kruising met Ringbaan Oost en na de kruising zou een bord A1 zijn geplaatst op de vluchtheuvel/middenberm. Niet is duidelijk hoe dit bord op de vluchtheuvel/middenberm zich verhoudt tot de meetlocatie. Tevens wordt niet expliciet ingegaan op de gronden van 5 augustus 2019 en 7 januari 2020. Zo is aangegeven dat de schouwrapporten te ver van de pleegdatum liggen, de bebording wordt opgeheven na een kruispunt en de weg er uitziet als een secundaire weg. De gemachtigde verzoekt het hof de gronden opnieuw te beoordelen.
3. Het hof stelt vast dat de officier van justitie in zijn beslissing in het geheel niet is ingegaan op de in de brief van de gemachtigde d.d. 23 mei 2019 aangevoerde gronden. In zoverre lijdt de beslissing van de officier van justitie aan een motiveringsgebrek. Met de gemachtigde stelt het hof vast dat de kantonrechter het voorgaande niet heeft onderkend. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en die beslissing vernietigen. De overige gronden betreffende de beslissing van de kantonrechter behoeven dan ook geen bespreking meer. Thans zal het hof de gronden aangaande de inleidende beschikking beoordelen.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 101 km/u.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 97 km/u.
Toegestane snelheid: 70 km/u.
Overschrijding met: 27 km/u. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.
Overtreden artikel: 62 jo. bord A1 (uitgezonderd [30 km/h]) RVV 1990 (…)
Rijrichting van: noord-oost
Rijrichting naar: zuid-west”.
5. Daarnaast bevat het dossier een proces-verbaal van herschouw digitale flitspaal d.d.
30 september 2019. Hierin verklaart de ambtenaar:
“Op
10 maart 2019(…) en op
8 mei 2019(…) heb ik (…) de onderstaande handhavingslocatie geschouwd en het volgende geconstateerd.
(…)
Straatnaam: Ringbaan Noord
(…)
Pleegplaats: Weert
(…)
Binnen bebouwde bom:
ja
Maximum snelheid: 70
(…)
De handhavingslocatie is ruim binnen de als zodanig aangegeven bebouwde kom gelegen. De bebouwde kom is middels borden conform model H1 van bijlage 1 van het RVV 1990 aangegeven. Deze borden bevonden zich
links/rechtsvan de rijbaan.
De geldende limiet op de handhavingslocatie wordt aangegeven middels borden conform model A1 van bijlage 1 van het RVV 1990, met het opschrift
70. Deze borden bevinden zich links/rechts van de rijbaan direct onder de borden conform model H1 van bijlage 1 van het RVV 1990, met het opschrift
70 wordt direct na de kruising alleen aan de linker kant van de rijbaan herhaalt.
(…)
De handhavingsborden; Bord H1 en A1 van bijlage 1 van het RVV 1990 staan 547 meter voor het handhavingsmiddel. Bord A1 70 wordt links van de rijbaan herhaald en staat 485 meter voor het handhavingsmiddel.
In de maand april 2019 heeft er geen herschouw plaatsgevonden.
6. Voorts bevat het dossier twee foto’s waarop het voertuig met het kenteken [kenteken] zichtbaar is.
7. Het hof stelt vast dat het zaakoverzicht vermeldt dat de toegestane maximumsnelheid ter plaatse 70 kilometer per uur bedroeg. Nu de locatie binnen een maand voor de pleegdatum en ruim een maand na de pleegdatum is geschouwd, volgt het hof de gemachtigde niet in zijn stelling dat de schouwen te ver van de pleegdatum liggen. Gelet op voornoemd schouwrapport kan worden vastgesteld dat ter plaatse een maximumsnelheid gold van 70 kilometer per uur en dat deze snelheid was aangegeven met A1-borden. Uit dit schouwrapport blijkt dan ook genoegzaam dat de bebording ter plaatse is gecontroleerd op 10 maart 2019 en 8 mei 2019 en op die momenten het bord A1 met 70 kilometer per uur 547 meter voor het handhavingsmiddel stond en daarna, circa 60 meter verderop, werd herhaald. Daarmee is voldoende aannemelijk gemaakt dat het voorgaande op de dag van de constatering ook het geval was.
8. Dat de weg er uitziet als een secundaire weg, doet niet af aan de door de ambtenaar afgelegde verklaring dat de handhavingslocatie ruim binnen de als zodanig aangegeven bebouwde kom is gelegen.
9. Op de foto’s waarop het voertuig met het onderhavige kenteken zichtbaar is, is te zien dat na het kruispunt aan de rechterzijde van de rijbaan een A1-bord met “70” is geplaatst. Reeds hierom kan de grond dat de bebording wordt opgeheven na een kruispunt niet slagen.
10. De door de gemachtigde aangevoerde gronden aangaande de inleidende beschikking treffen geen doel. Het hof zal derhalve het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaren.
11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.